archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Antiprogestagen
    na de paring dan wordt de nidatie verhinderd en wordt het embryo geresorbeerd Behandeling van een drachtige teef veroorzaakt een abortus binnen de 3 à 7 dagen na de behandeling Dit gaat gepaard met de fysiologische verschijnselen die een normale partus voorafgaan lichte anorexie zwelling mammae daling van de lichaamstemperatuur Bij een aantal dieren 5 ontstaat er slechts een gedeeltelijke abortus Het wordt daarom aangeraden om 10 dagen na de behandeling een controle onderzoek uit te voeren om na te gaan of de baarmoeder leeg is De volgende oestrus kan 1 tot 3 maand vroeger dan verwacht optreden De fertiliteit bij volgende oestri zou niet gewijzigd zijn Farmacodynamie Aglepriston is een synthetische steroïde met een antigestagene werking die berust op haar antagonistische binding met de progesteronreceptoren van de uterus De affiniteit van aglepriston voor de progesteronreceptoren is in vitro driemaal hoger dan deze voor het natuurlijke progesteron dat een centrale rol speelt in de voorbereiding en het in stand houden van de dracht De plasmaconcentraties van progesteron blijven hoog tot na de onderbreking van de dracht Farmacokinetiek De behandeling bestaat uit twee injecties met 24 h tussentijd De plasmapiek van aglepriston wordt 2 5 dagen na de tweede injectie bereikt De uitscheiding gebeurt langzaam en hoofdzakelijk via de faeces Van de geïnjecteerde dosis wordt 60 binnen de eerste 10 dagen uitgescheiden en 80 is uitgescheiden na 24 dagen Contra indicaties Dieren met lever of nierproblemen diabetes mellitus dieren die lijden aan hypoadrenocorticisme of dieren in een slechte algemene gezondheid zouden best niet met het onderstaand product behandeld worden Bijwerkingen De injectie van het geneesmiddel kan een lokale reactie veroorzaken deze is van voorbijgaande aard De abortus kan gepaard gaan met symptomen die aanwezig zijn bij een normale partus Uterusinfecties Het interval tot de eerstvolgende loopsheid kan met 1 tot 3

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NGHOOOL1IL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Glucocorticoiden
    afhankelijk van het beoogde resultaat Het toedienen van de medicatie één dag op twee verlaagt de kans op bijnierinsufficiëntie In sommige gevallen verliest men echter het beoogde resultaat op de dag dat er niet behandeld wordt De posologie dient regelmatig te worden geëvalueerd en aangepast in functie van de klinische toestand van de patiënt De combinatie van glucocorticoïden met andere ontstekingsremmende componenten zoals antihistaminica essentiële oliën en desensibilisatietherapieën kan nuttig zijn in de dermatologie Het verhoogd risico op infecties kan worden gecontroleerd door het toedienen van antibiotica Idealiter maakt men gebruik van bactericide middelen Contra indicaties Uit de lijst van bijwerkingen zijn een aantal contra indicaties af te leiden zie Iatrogene Cushing Bijwerkingen Het inadequaat gebruik van deze stoffen leidt tot ernstige soms fatale bijwerkingen Intoxicaties met ontstekingsremmers maken bij carnivoren een belangrijk deel uit van de farmacovigilantie Bijwerkingen komen voornamelijk voor wanneer de fysiologische dosis wordt overschreden en wanneer langere tijd wordt behandeld De symptomen die gepaard gaan met een overdosering zijn die die bij het Cushing syndroom worden aangetroffen Men spreekt dan ook van een Iatrogene Cushing Interacties Er zijn vele interacties van glucocorticoïden met andere geneesmiddelen bekend hierna worden er een aantal belangrijke opgesomd Gelijktijdige toediening met NSAID s verhoogt de kans op maagerosies Hypokaliëmie kan ontstaan wanneer ze samen met niet kaliumsparende diuretica vb furosemide worden toegediend Ze verhogen het risico op een toxische werking van digitalisglycosiden De insulinebehoeften kunnen stijgen Vaccinaties dienen te worden uitgesteld Voorzorgen bij het gebruik De behandeling met deze stoffen is nagenoeg steeds symptomatisch Dit mag echter niet verhinderen dat de dierenarts de etiologie van de aandoening tracht vast te stellen en zo mogelijk een etiologische therapie instelt De gebruikte dosis moet zo laag mogelijk gehouden worden en de behandelingsduur zo kort mogelijk Het stopzetten van de therapie moet na langdurig gebruik progressief gebeuren Voortplanting en lactatie Gebruik tijdens de dracht is niet veilig Bij grote huisdieren veroorzaken glucocorticoïden partusinductie in de latere stadia van de dracht Dexamethason Langwerkend 36 h geen mineralocorticoïde werking 30 x potentie van cortison DEXA 0 2 Kela Laboratoria Bijsluiter via FAGG dexamethason natriumfosfaat 2 mg ml oplossing voor injectie iv Posologie Bo 1 x 0 02 0 04 mg kg Vlees 21 d Melk 84 h 7 melkbeurten fles 100 ml R DEXAFORT Intervet Bijsluiter via FAGG dexamethason natriumfosfaat 1 mg ml dexamethason phenylpropionaat 2 mg ml suspensie voor injectie im Bo Ca sc Ca Posologie Bo 0 06 mg kg Ca 0 3 mg kg Vlees 63 d Melk 14 melkbeurten fles 50 ml R DEXAMETHASONE 0 5 Kela Kela Laboratoria Bijsluiter via FAGG dexamethason 5 mg ml suspensie voor injectie im Posologie Ca 0 1 0 4 mg kg indien nodig herhalen na 2 d fles 50 ml R RAPIDEXON 2 mg ml inj opl Eurovet Bijsluiter via FAGG dexamethason natriumfosfaat 2 mg ml oplossing voor injectie im Eq Bo Su Ca Fe iv iartic intrabursaal lokaal Eq Posologie ontsteking allergie Eq Bo Su 0 06 mg kg per 24 48 h Ca

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NGCOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Geneesmiddelen i.v.m. de schildklier
    bij het gebruik Voorzichtig gebruik of een lagere initiële dosis wordt aangeraden voor oudere dieren dieren met hartproblemen en dieren met diabetis mellitus of hypoadrenocorticisme De absorptie van levothyroxine wordt bij de hond beïnvloed door de aanwezigheid van voedsel Een dagelijkse constante relatie tussen het tijdstip van de behandeling en van de voeding is bijgevolg belangrijk Voortplanting en lactatie Invloeden op de foetus of op zogende jongen werden niet vastgesteld Levothyroxine FORTHYRON 200 mcg tabl Eurovet Bijsluiter via FAGG natriumlevothyroxine 0 2 mg tablet po Posologie Ca 2 x pd 0 01 mg kg dosis aanpassen aan de behoeften tabl 50 250 R FORTHYRON 400 mcg tabl Eurovet Bijsluiter via FAGG natriumlevothyroxine 0 4 mg tablet po Posologie Ca 2 x pd 0 01 mg kg dosis aanpassen aan de behoeften tabl 50 250 R FORTHYRON flavoured 200 mcg tabl hond Eurovet Bijsluiter via FAGG levothyroxine natrium 200 mcg tablet po Posologie Ca 10 mcg kg 12 h dosis aanpassen aan de behoeften tabl 250 R FORTHYRON flavoured 400 mcg tabl hond Eurovet Bijsluiter via FAGG levothyroxine natrium 400 mcg tablet po Posologie Ca 10 mcg kg 12 h dosis aanpassen aan de behoeften tabl 250 R LEVENTA Intervet Bijsluiter via EMA levothyroxine natrium als multihydraat 1 mg ml oplossing po Posologie Ca startdosis 1 x 20 mcg kg pd dosis aanpassen na 4 w onderhoudsdosis meestal 10 tot 40 mcg kg pd fles 1 x 30 ml R Thyreostatica Specialiteiten met Methimazole Indicaties Mehimizole het preparaat dat momenteel voor diergeneeskundig gebruik in de handel is wordt bij de kat gebruikt voor de behandeling van hyperthyroïdie Farmacodynamie Methimazole behoort tot de groep van de thionamides Dit zijn stoffen die de iodering van thyrosine in de schildklier remmen door zich te binden met het thyroïdperoxidase Ze verlagen zo de synthese van de schildklierhormonen Ze hebben geen invloed op reeds gevormd schildklierhormoon en op het vrijstellen ervan uit de schildkliercellen Het klinisch effect wordt bijgevolg pas merkbaar als de reeds gevormde voorraad schildklierhormoon op is en de concentratie van het circulerende hormoon afneemt Farmacokinetiek Methimazole wordt oraal goed geresorbeerd biologische beschikbaarheid 75 De metabolisatie gebeurt snel en voornamelijk door de lever en de uitscheiding gebeurt via de nieren Contra indicaties Leveraandoeningen en autoimmuunafwijkingen Bijwerkingen Het is aanbevolen de hyperthyroïde kat twee maal per dag te behandelen Dit zou de kans op bijwerkingen zoals braken en anorexia verkleinen Bijwerkingen zijn meestal licht en tijdelijk Ernstigere bijwerkingen zijn meestal reversibel wanneer de medicatie wordt stopgezet Bij doses van 5 15 mg per kat per dag waren de klinische bijwerkingen braken gebrek aan eetlust anorexie lethargie ernstige pruritus en excoriaties van het hoofd en de nek bloedingsdiathesis en icterus als gevolg van hepatopathie en hematologische abnormaliteiten eosinofilie lymfocytose neutropenie lymfopenie lichte leukopenie agranulocytose trombocytopenie of hemolytische anemie Deze bijwerkingen verdwenen binnen 7 45 dagen na het stopzetten van de therapie Leukopenie of hemolytische anemie kunnen voorkomen Bij dieren die tijdens de behandeling onwel worden in het bijzonder als ze koortsig zijn moet een bloedmonster worden

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NTHOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Geneesmiddel bij hypercortisolisme
    trilostane op de gonadale steroïdproductie is slechts van belang bij hogere doseringen Farmacokinetiek Bij de hond wordt trilostane goed zij het wisselvallig geabsorbeerd na orale toediening De maximale serumconcentratie wordt bereikt na 1 5 2 h De bijsluiter raadt aan om de medicatie toe te dienen samen met voedsel Trilostane heeft een korte werkingsduur Dit zou volgens sommige publicaties een verklaring kunnen zijn waarom een aantal honden niet reageren op de aanbevolen dosering in één toediening per dag Trilostane wordt gemetaboliseerd in de lever tot onder andere het actieve ketotrilostane Trilostane heeft een hogere therapeutische index dan mitotan De startdosis wordt aangepast afhankelijk van de resultaten van regelmatig uitgevoerde ACTH stimulatietesten resp 10 d 4 weken en 12 weken na het starten van de therapie en daarna alle 3 maanden De startdosis die in de bijsluiter opgegeven wordt is hoger dan de startdosis die door de Vetoryl Consensus Meeting Amsterdam wordt aanbevolen zie Folia Veterinaria 2008 nr 1 Contra indicaties Behandeling van dieren die lijden aan een primaire leveraandoening en of nierinsufficiëntie of van honden met een gewicht van minder dan 3 kg Bijwerkingen Trilostane wordt relatief goed verdragen door de hond bijwerkingen komen relatief zelden voor Symptomen van een iatrogeen hypoadrenocorticisme met zwakte lethargie anorexie braken en diarree kunnen zich voordoen Deze symptomen verdwijnen meestal na het opschorten van de behandeling Acute crisis van de ziekte van Addison collaps kan zich voordoen Er zijn geïsoleerde meldingen geweest van adrenale necrose bij behandelde honden wat kan leiden tot hypoadrenocorticisme Een subklinische renale disfunctie kan evolueren naar een nierinsufficiëntie na behandeling met dit middel Een subklinische arthritis kan evolueren naar een symptomatische arthritis door de gedaalde concentraties van endogene corticosteroïden Een beperkt aantal gevallen van plotse dood tijdens de behandeling werden gemeld Andere lichte zeldzame bijwerkingen zijn ataxie hypersalivatie zwellingen spiertremor en veranderingen van de huid Interacties Kaliumsparende diuretica bijv spironolacton dienen te worden vermeden omdat trilostane door zijn inhiberend effect op de aldosteronsynthese hyperkaliëmie kan veroorzaken De werking van ACE inhibitoren kan worden versterkt Andere moleculen met een reducerend vermogen op de cortisolspiegel mitotane ketoconazol aminogluthemide versterken het effect van trilostane met mogelijk hypoadrenocorticisme tot gevolg zie ook Voorzorgen bij het gebruik Voorzorgen bij het gebruik Aangezien de meeste gevallen van hypercortisolisme voorkomen bij oudere honden is het belangrijk om de aanwezigheid van primaire leveraandoeningen en nierinsufficiëntie voor en tijdens de behandeling na te gaan zie contra indicatie Gelijktijdige aanwezigheid van diabetes mellitus vereist een specifieke behandeling De bijsluiter raadt aan om bij patiënten die eerder met mitotane werden behandeld een interval te respecteren van ten minste een maand tussen het stoppen met mitotane en het starten met trilostane Een nauwlettende opvolging van de bijnierfunctie wordt aangeraden gezien honden gevoeliger kunnen zijn voor de effecten van trilostane na een behandeling met mitotane Bij honden met een vooraf bestaande anemie kan een verdere vermindering van de hematocriet en van de hemoglobine optreden Trilostane kan de synthese van testosteron verminderen en heeft anti progesteron eigenschappen Vrouwen die zwanger zijn of zwanger willen

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAGCOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Insuline
    Myorelaxerende stoffen Alfa 2 adrenergica Antidepressiva Middelen bij epilepsie Antidoot Geneesmiddelen voor de huid Uitwendig gebruik Cutaan gebruik Gebruik in het oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Insuline Specialiteiten met Insuline Indicaties Behandeling van insuline afhankelijke diabetes mellitus bij de hond en de kat Farmacodynamie Insuline is ondermeer verantwoordelijk voor de opname en het gebruik van glucose door de cel en de stimulatie van het koolhydraatmetabolisme Farmacokinetiek Als polypeptide hormoon is insuline alleen werkzaam langs parenterale weg sc of im Het enig beschikbaar diergeneeskundig preparaat op de Belgische markt bevat gezuiverd varkensinsuline structureel identiek met hondeninsuline het bevat 40 IE ml deels onder amorfe deels onder kristallijne vorm verlengde werkingstijd De totale werkingsduur bedraagt 14 tot 24 uur eerste plasmapiek na ongeveer 4 uur tweede na ongeveer 12 uur De dosering is afhankelijk van de graad van glucosurie en moet individueel worden aangepast aanvangsdosis en onderhoudsdosis zie wetenschappelijke bijsluiter Bijwerkingen Hypoglycemie t w a overdosering Overgevoeligheidsreacties komen zeer zelden voor bij gebruik van varkensinsuline Interacties Geneesmiddelen die de hypoglycemische werking van insuline versterken zijn ACE inhibitoren bv enalapril anabole steroïden beta blokkers vb propranalol phenylbutazon sulfonamiden tetracyclines monoaminoöxidaseremmers guanethidine aspirine en andere salicylaten Geneesmiddelen die de hypoglycemische werking van insuline afremmen dextrothyroxine diltiazem hypotensivum dobutamine epinefrine oestrogeen progesteroncombinaties furosemide glucocorticoïden fenothhiazinederivaten en thiazidediurectica Voorzorgen bij het gebruik Insuline kan een invloed hebben op het kaliumgehalte in het serum gelijktijdige behandeling met hartglycosiden moet nauwkeurig opgevolgd worden Vooral wanneer ook diurectica verstrekt worden Voortplanting en lactatie Negatieve invloeden van varkensinsuline op de fetus of op zogende pups zijn niet bekend Insuline CANINSULIN Intervet Bijsluiter via FAGG insuline 40 IE ml suspensie voor injectie sc im Posologie Ca 1 x pd aanvangsdosis

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NINSOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Antihistaminica
    oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Antihistaminica Specialiteiten Hieronder worden enkel de H1 antagonisten besproken H2 antagonisten vb cimetidine die de HCL secretie in de maag remmen zijn niet als diergeneesmiddel beschikbaar Indicaties Antihistaminica worden aangewend bij allergische aandoeningen jeuk oedeem bronchoconstrictie en ter preventie van reisziekte Voor de behandeling van anafylactische shock dient de voorkeur te gaan naar een behandeling met adrenaline en of glucocorticoïden Op de Belgische markt zijn twee combinatiepreparaten beschikbaar Het ene is een combinatie van een H1 antagonist hydroxyzine met een glucocorticoïde Het andere bevat naast de H1 antagonist chlorfenamine maleaat een morfinederivaat remming van het hoestcentrum een expectorans en efedrine bronchodilatator Deze laatste combinatie wordt als siroop toegediend voor de symptomatische behandeling van ademhalingsaandoeningen bij hond en kat zie ademhalingsstelsel Farmacodynamie H1 antagonisten gaan in competitie met histamine voor de histaminereceptoren ter hoogte van de effectorcellen De vrijstelling van histamine wordt niet beïnvloed Ze hebben tevens antiseritonerge en anticholinerge activiteiten Farmacokinetiek Antihistaminica kunnen oraal of parentaal worden toegediend Bij monogastrica worden deze stoffen na enterale toediening in het algemeen goed geresorbeerd Dit is niet steeds het geval bij herkauwers Hydroxyzine wordt in de lever gemetaboliseerd Contra indicaties Contra indicaties zijn prostaathypertrofie obstructies ter hoogte van de blaashals ernstige hartinsufficiëntie gesloten hoekglaucoom en gastro intestinale obstructies Bijwerkingen Nevenwerkingen zijn afhankelijk van individuele factoren leeftijd geslacht diersoort enz het type de dosis en de galenische vorm van het gebruikte product Deze nevenwerkingen manifesteren zich meestal onder vorm van slaperigheid therapeutische dosis of exitatie gastro intestinale en parasympaticolytische symptomen hogere dosis In sommige gevallen traden paradoxale allergische reacties op of werden teratogene effecten waargenomen Interacties In combinatie met andere stoffen die het centraal zenuwstelsel onderdrukken zoals bijvoorbeeld

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAHISTL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Analgetica en antipyretica
    Vitaminen mineralen Locomotorisch stelsel Ademhalingsstelsel Cardiovasculair stelsel Hartinsufficiëncie Perifere en cerebrale vasodilatoren Diuretica Beta blokkers Urogenitaal stelsel Centraal en perifeer zenuwstelsel Algemene injecteerbare anaesthetica Inhalatieanaesthetica Euthanasie Lokale anaesthetica Neuroleptica Benzodiazepines Myorelaxerende stoffen Alfa 2 adrenergica Antidepressiva Middelen bij epilepsie Antidoot Geneesmiddelen voor de huid Uitwendig gebruik Cutaan gebruik Gebruik in het oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Analgetica en antipyretica Paracetamol Specialiteiten met Paracetamol Zie ook Niet steroïdale anti inflammatoire geneesmiddelen NSAID Indicatie Symptomatische behandeling van pyrexie en pijn Paracetamol bezit geen anti flogistische werking Farmacodynamie Tot nu toe werd aangenomen dat paracetamol acetaminophen een zwakkere binding aangaat met COX 1 Recente onderzoeken brachten echter meer verwarring dan opklaring over welke COX variant betrokken is in de werking van paracetamol Vast staat dat paracetamol een koortswerende en pijnstillende werking heeft zonder de klassieke gastro intestinale bijwerkingen te vertonen van de andere NSAID s Farmacokinetiek De biologische beschikbaarheid ligt rond 75 De metabolisatie gebeurt hoofdzakelijk door de lever Eliminatie gebeurt hoofdzakelijk door de nier Contra indicaties Gekende hypersensibiliteit tegen paracetamol nier en leverinsufficientie Bijwerkingen Zie NSAID s Interacties Gelijktijdige toediening met nefrotoxische stoffen moet worden vermeden Voorzorgen bij het gebruik Voortplanting en lactatie Zie NSAID s Paracetamol PRACETAM 10 premix for pigs Sogeval Lab Bijsluiter via HMA paracetamol 100 mg g gemedicineerd voormengsel po Posologie Su 30 mg kg LG 5 d Vlees slachtafval 1 d gemed voorm 10 kg 25 kg R premix PRACETAM 200 mg g poeder Sogeval Lab Bijsluiter via FAGG paracetamol 200 mg g poeder po met het drinkwater Posologie Su 30 mg kg LG max 5 d Vlees slachtafval 0 d zak 10 kg R PRACETAM 200 mg ml opl Sogeval Lab Bijsluiter via FAGG paracetamol

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NNSAIOL1AL2h.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Narcotische Analgetica
    op de kappa opioïdreceptoren en antagonistisch op de mu opioïdreceptoren De kappa receptor controleert pijn sedatie zonder depressie van het cardiopulmonair systeem en van de lichaamstemperatuur de mu receptor controleert supraspinale pijn sedatie en depressie van het cardiopulmonair systeem en lichaamstemperatuur De agonistische werking van butorfanol is 10x sterker dan de antagonistische werking Het analgetisch effect treedt in werking 15 min na intraveneuze toediening en houdt bij het paard meestal 15 60 min aan en bij de hond 15 30 min na een enkelvoudige I V toediening Farmacokinetiek Butorfanol wordt volledig geresorbeerd na intramusculaire injectie Het distributievolume is groot met grote concentraties in de lever de nieren en de ingewanden Butorfanol passeert doorheen de placentabarière en wordt eveneens met de melk uitgescheiden Bij de mens wordt ongeveer 80 van de stof gebonden aan plasma eiwitten Butorfanol wordt voornamelijk gemetaboliseerd in de lever en geëxcreteerd in de urine De metabolieten zijn niet actief Zowel bij het paard als bij de hond heeft butorfanol een hoge clearance gemiddeld 1 3 l h kg na iv injectie bij het paard en 3 5 l h kg na im injectie bij de hond Butorfanol heeft een korte halfwaardetijd gemiddeld 1 h bij het paard en 2 h bij de hond daardoor is 97 van de dosis gemiddeld na minder dan 5 h bij het paard iv of 10 h bij de hond im geëlimineerd Farmacokinetiek na herhaalde dosering werd niet bestudeerd Contra indicaties Niet toedienen aan dieren met lever of nierziekten hypothyroïdie of hypoadrenocorticisme ziekte van Addison Voorzichtigheid is tevens geboden bij dieren met een hoofdtrauma verhoogde craniale druk of dieren met stoornissen ter hoogte van het centrale zenuwstelsel Butorfanol detomidine combinatie mag niet toegediend worden aan paarden met gekende hartritmestoornissen of in geval van koliek met obstipatie gezien de verminderde gastro intestinale motiliteit veroorzaakt door deze combinatie De veiligheid van onderstaande specialiteit werd niet aangetoond bij jonge pups en veulens Zie verder Voorzorgen bij het gebruik Bijwerkingen Paard locomotorische prikkeling stappen ataxie verminderde gastro intestinale motiliteit depressie van het cardiovasculair systeem Hond depressie van het ademhalingsstelsel en het cardiovasculair systeem anorexie en diarree verminderde gastro intestinale motiliteit lokale pijn na intramusculaire injectie Bij overdosering treedt een respiratoire depressie op die omgekeerd kan worden met een opioide antagonist Andere tekenen van overdosering bij paarden zijn rusteloosheid prikkelbaarheid spiertremor ataxie hypersalivatie verminderde gastro intestinale motiliteit en stuipen Interacties Het gelijktijdig gebruik van andere depressiva die op het centrale zenuwstelsel werken kan de effecten van butorfanol versterken en moeten daarom voorzichtig gebruikt worden De dosis moet verminderd worden indien deze middelen samen worden gebruikt Mits aanpassing van de dosis kan butorfanol gebruikt worden in combinatie met andere sedativa zoals alfa 2 adrenergica b v romifidine of detomidine bij paarden medetomidine bij honden De combinatie van butorfanol en alfa 2 adrenergica moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij dieren met een cardiovasculaire aandoening Het gebruik samen met anticholinergische geneesmiddelen b v atropine dient weloverwogen te zijn Door de antagonistische eigenschappen van butorfanol op de opiate mu receptor zou butorfanol de analgetische werking bij dieren die reeds zuivere mu opioid agonisten toegediend kregen kunnen opheffen Voorzorgen bij het gebruik Aangezien het product aanleiding kan geven tot voorbijgaande ataxie en of excitatie moet in het bijzonder bij het paard de plaats van de behandeling met zorg gekozen worden om eventuele verwondingen bij patiënt en behandelende persoon te vermijden Bij dieren met ademhalingsproblemen met een verhoogde slijmproductie of bij dieren die behandeld werden met een expectorans mag butorfanol onderdrukt hoestreflex enkel gebruikt worden na het afwegen van de risico s en baten Voortplanting en lactatie De veiligheid van dit diergeneesmiddel werd niet aangetoond bij de doeldieren gedurende dracht en lactatie Het gebruik van deze stof gedurende dracht en lactatie is niet aanbevolen Specialiteiten met butorfanol BUTOMIDOR 10 mg ml Richter Pharma Bijsluiter via FAGG butorfanol tartraat 10 mg ml oplossing voor injectie iv im sc Posologie Eq analgesie Eq 0 1 mg kg iv sedativum pre anestheticum Eq 0 012 mg kg iv detomidine 0 025 mg kg iv butorfanol Eq 0 05 mg kg iv romifidine 0 02 mg kg iv butorfanol Eq 0 5 mg kg iv xylazine 0 05 0 1 mg kg iv butorfanol Ca analgesie Ca 0 1 0 4 mg kg langzaam iv im sc sedatie Ca 0 1 mg kg iv im butorfanol 0 01 mg kg iv im medetomidine pre anaestheticum Ca 0 1 mg kg im butorfanol 0 025 mg kg im medetomidine na 15 min 5 mg kg im ketamine Fe analgesie Fe 0 4 mg kg sc of 0 1 mg kg iv sedatie Fe 0 4 mg kg butorfanol sc 0 05 mg kg medetomidine sc pre anaestheticum Fe 0 1 mg kg iv butorfanol 0 04 mg kg iv medetomidine 1 5 mg kg iv ketamine Vlees Eq 0 d fles 10 ml R DOLOREX Intervet Bijsluiter via FAGG butorfanol tartraat 10 mg ml oplossing voor injectie iv im sc Posologie Eq analgesie 0 05 0 1 mg kg iv sedatie 0 01 0 02 mg kg met vooraf 0 01 0 02 mg kg detomidineHCL of 0 02 mg kg met vooraf 0 05 mg kg romifidine iv Ca analgesie 0 2 0 4 mg kg iv sedatie 0 1 0 2 mg kg met vooraf 0 01 0 03 mg kg medetomidine im Fe analgesie 0 4 mg kg sc Vlees 0 d Melk 0 d fles 10 ml 50 ml R MORPHASOL 4 mg ml inj opl hond en kat aniMedica Bijsluiter via FAGG butorfanol tartraat 4 mg ml oplossing voor injectie iv Posologie Ca analgesie 0 2 0 4 mg kg sedatie 0 1 0 2 mg kg butorfanol met 10 30 mcg kg medetomidine Fe analgesie 0 1 0 2 mg kg fles 10 ml R MORPHASOL 10 mg ml inj opl paard aniMedica Bijsluiter via FAGG butorfanol tartraat 10 mg ml oplossing voor injectie iv Posologie Eq analgesie 100 µg kg sedatie 12 µg detomidinehydrochloride kg iv binnen 5 min gevolgd door

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NNARCOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive



  •