archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Folia vet 2009 nr 3 (d)
    achterhaald door gebrek aan gegevens en N geen verband Het Belgische Geneesmiddelenagentschap Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten FAGG organiseerde een sensibilisatiecampagne om het melden van bijwerkingen tijdens de vaccinatiecampagne te stimuleren Een samenwerking tussen dierenartsen producenten en verdelers en het Agentschap kwam tot stand Het merendeel van de aangiften van bijwerkingen werd verzonden naar het Agentschap per brief fax e mail en werd vervolgens doorgestuurd naar de producenten of verdelers Daarna werden deze dossiers voor een tweede evaluatie naar het Agentschap verzonden en werden ze in de Europese gegevensbank Eudravigilance ingevoerd Op basis van deze dossiers die in de PSUR s van het geneesmiddel werden opgenomen en de antwoorden die op de eventuele vragen van het Agentschap werden gegeven werd door het Agentschap begin 2009 al of niet beslist om de Tijdelijke Gebruiksvergunning te verlengen Schadeclaims bij verzekeringen of bij de producent van het vaccin die bij ernstige bijwerkingen door de eigenaar van de dieren zouden kunnen worden geëist werden niet opgetekend Een beperkt aantal bijwerkingen werd gemeld Bij deze vaccinatiecampagne werden ongeveer 2 5 miljoen runderen en 100 000 kalveren tweemaal gevaccineerd met een interval van 1 maand 290 000 schapen 9 000 geiten en 175 hertachtigen werden 1 maal gevaccineerd In totaal werden 62 aangiften van bijwerkingen geregistreerd Gebrekkige werking of bijwerkingen bij de mens bv na accidentele zelfinjectie werden niet gemeld Na evaluatie van de gegevens werd bij 6 aangiften een waarschijnlijk verband met het gebruik van het vaccin vastgesteld A en bij 10 andere een mogelijk verband B Voor 42 aangiften waren er onvoldoende gegevens om te oordelen O en in 4 aangiften die als N werden geklasseerd kon aan de hand van autopsie en labonderzoeken het verband met het vaccin worden uitgesloten en was de dood van het dier te wijten aan bijvoorbeeld botulisme anaerobe infecties of een corpus alienum Van de 58 aangiften met A B of O klassering waren er 27 gedaan na vaccinatie met BTVPUR Alsap 8 en 31 met Zulvac 8 BOVIS Bijwerkingen waren zeer zeldzaam 0 01 en hun aantal was voor beide vaccins vergelijkbaar Hun frequentie was in verhouding met de grootte van het Belgische dierbestand 4 bij schapen en 54 bij runderen Bij rundvee is het aantal aangiften voor melkvee vergelijkbaar met deze voor vleesvee resp 24 en 29 In 27 aangiften werd de dood van minstens één dier gemeld ernstige bijwerking abortus werd in 16 gevallen gemeld en slechts in 18 gevallen 25 werden minder erge bijwerkingen gemeld Ten opzichte van het aantal ernstige bijwerkingen 45 zou dit lage percentage kunnen doen vermoeden dat minder erge bijwerkingen in een aantal gevallen niet opgemerkt worden door een gebrekkige observatie van de dieren De minder erge bijwerkingen die in de bijsluiter zijn opgenomen werden zelden gemeld De meest gemelde bijwerking was anafylactische reactie gedefinieerd volgens ref 6 Zes van deze meldingen met sterfte van het dier Belgisch Wit Blauwe ras werden als A geklasseerd Van 16 andere dieren die tot 6 verschillende beslagen behoorden 3 melkvee 3 vleesvee

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN3d.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive


  • Folia vet 2009 nr 3 (e)
    meerdere BTV 8 vaccins geproduceerd alle op basis van geïnactiveerd virus die door de betrokken Lidstaten en Zwitserland werden gebruikt voor de vaccinatie van voornamelijk schapen en runderen Runderen werden gevaccineerd met Bovilis BTV8 BTVPUR AlSap 8 Zulvac 8 Bovis en Bluevac BTV8 en schapen met Bovilis BTV8 BTVPUR AlSap 8 Zulvac 8 Ovis en Bluevac BTV8 2 In het document worden ondermeer meldingen in het kader van de farmacovigilantie bijwerkingen bij dieren vermoedelijke bijwerkingen bij de mens na accidentele zelfinjectie besproken rekening houdend met de specifieke omstandigheden die zich voordoen bij massavaccinatiecampagnes Uit deze farmacovigilantiegegevens die door de Lidstaten en Zwitserland verzameld en beoordeeld werden werd besloten dat alle vaccins die tijdens de vaccinatiecampagne van 2008 gebruikt werden veilig zijn Andere besluiten die in het document worden vermeld zijn De typische bijwerkingen van geïnactiveerde vaccins zoals lokale reacties milde algemene reacties met pyrexie en lethargie worden in zeer geringe mate gemeld Volgende reacties worden gemeld abortus sterfte en invloed op de melkproductie die geassocieerd zijn met het tijdstip van de inenting en waarvan men vermoedt dat die minstens voor een deel te wijten zijn aan specifieke omstandigheden van massavaccinatie Rekening houdend met het groot aantal vaccindosissen dat werd gebruikt is het aantal meldingen van bijwerkingen zeer laag minder dan 1 dier per 10 000 dieren Vergelijking van de verschillende vaccins is niet mogelijk omdat in de verschillende lidstaten niet steeds met dezelfde vaccins werd gevaccineerd Gegevens uit deze vaccinatiecampagne worden beïnvloed door het feit dat de omstandigheden tijdens massavaccinaties niet dezelfde zijn als tijdens andere vaccinaties Voor het uitvoeren van deze massavaccinatiecampagnes werden door de nationale overheden een aantal wijzigingen in de gebruiksaanbevelingen van de producenten van de vaccins aangebracht Zo werden ook dieren die niet behoorden tot de doeldieren gevaccineerd of werden ook drachtige dieren gevaccineerd al wordt

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN3e.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 2 (a)
    lage prevalenties in Vlaanderen Vervaeke et al 2003 Losson et al 2003 Vervaeke et al 2006 Hanosset et al 2008 Meestal worden in enzoötische gebieden slechts een klein percentage honden en katten positief bevonden Echinococcus granulosus komt voornamelijk voor in het zuiden van Europa Eindgastheren zijn vos en hond tussengastheren zijn herbivoren en omnivoren Welke dieren worden preventief behandeld Ca in endemische gebieden die besmette prooien of aas kunnen eten Wallonië 1 x 4 w Morfologisch is er geen onderscheid te maken tussen Taenia eitjes en eieren van Echinococcus Dieren in endemische gebieden die positief zijn op Taenia type eieren worden als verdacht beschouwd voor Echinococcus en worden behandeld Behandeling bij contact met besmette dieren draag aangepaste kledij handschoenen mondmasker therapie 2 opeenvolgende dagen praziquantel wassen van de vacht met shampoo om eitjes en proglottiden te verwijderen 7 14 d na de therapie kan a h v coprologisch onderzoek de werking van de behandeling gecontroleerd worden Katten zijn minder geschikte gastheren voor deze parasieten en vormen een minimaal risico voor de mens Risico voor de mens Echinococcuscysten in lever en andere organen Eigenaars van honden dienen geïnformeerd te worden over de eventuele risico s Hartworm Dirofilaria immitis Hartworminfecties Dirofilaria immitis zijn endemisch in Zuid en Oost Europa de VS en sub tropische gebieden De parasiet wordt overgedragen door muggen Culicidae Preventie Het beste advies is om de hond of kat thuis te laten wanneer gereisd wordt naar een endemisch gebied Ca en Fe die naar deze gebieden reizen 1 x maand behandelen met macrocyclische lactones selamectine moxidectine milbemicyne oxime tot 1 maand na terugkeer Repellents of insecticiden zijn op zich niet voldoende werkzaam om overdracht van hartworm te voorkomen Bij honden die reeds eerder in contact hadden kunnen komen met D immitis dient de afwezigheid van de parasiet aangetoond te worden 6 maand na infectie zijn circulerende microfilaria of hartwormantigenen die de aanwezigheid van de volwassen worm aantonen in het bloed aantoonbaar vooraleer een preventieve behandeling gestart wordt Risico voor de mens Mensen kunnen na een steek van geïnfesteerde mugjes besmet raken Meestal verloopt de besmetting symptoomloos Meer naar het noorden o a gans Frankrijk komt eveneens Dirofilaria repens voor Deze infectie verloopt meestal symptoomloos In zeer zeldzame gevallen kunnen niet pijnlijke nodules of in andere gevallen dermatitis voorkomen Differentiaal diagnose met D immitis is belangrijk Resistentie Gegevens over resistentie tegen anthelminthica in parasieten van kleine huisdieren zijn haast niet beschikbaar Bij het gebruik van de klassieke anthelminthica bij honden en katten zijn er voldoende parasitaire stadia buiten de gastheer zodat men kan aannemen dat het aandeel van de parasitaire populatie dat niet onderhevig is aan resistentieselectie groot genoeg blijft om resistentie in de populatie te vermijden Bij toename van het aantal behandelingen neemt de kans op resistentie echter toe In kennels kan regelmatig coprologisch onderzoek uitgevoerd worden om de werking van de behandelingen te controleren Controle van parasieten in de omgeving Parasieten in de feces van geïnfesteerde dieren zijn een bron van besmetting voor andere dieren en voor de

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN2a.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 2 (b)
    Folia vet 2001 2012 Nieuw Nieuwe specialiteiten Gewijzigde gegevens ACTUALITEIT Geneesmiddelenbewaking BTV 8 vaccinatiecampagne 2009 Het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik BCGV verzamelt en beoordeelt meldingen van ongewenste bijwerkingen van geneesmiddelen Het doel hiervan is een continue afweging van de voordelen en de risico s bij het gebruik van het geneesmiddel In het kader van de verplichte vaccinatiecampagne tegen blauwtong wordt door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten FAGG een oproep gericht naar alle dierenartsen die hierbij betrokken zijn om vermoedelijke bijwerkingen die rechtstreeks het gevolg zijn van het gebruik van het vaccin te melden bij het centrum via het EU meldingsformulier Deze meldingen kunnen gaan over vermoedelijke bijwerkingen bij het gevaccineerde dier vermoedelijke bijwerkingen bij de mens bv na accidentele zelfinjectie vermoeden van gebrekkige werking van het vaccin vermoeden van milieuschade vermoedelijke bijwerkingen bij gebruik van het vaccin buiten de bepalingen van de bijsluiter off label gebruik Zie ook www fagg afmps be nl news news pharmacovigilance vet jsp Ook bijwerkingen die al in de bijsluiter opgenomen werden dienen gemeld te worden Letsels die niet rechtstreeks veroorzaakt worden door de toediening van het vaccin maar tijdens het vaccineren optreden zoals letsels die ontstaan door het samendrijven van de dieren of een gevolg zijn van hun afweerreacties komen niet in aanmerking Bij vermoeden van allergische of niet allergische anafylactische reacties wordt gevraagd om naast het standaardformulier ook het aanvullend enquêteformulier Klinisch onderzoek anafylactische reactie in te vullen Naast de typische symptomen die verwacht kunnen worden bij anafylactische reacties dient bijzondere aandacht besteed te worden aan mildere vormen die zich kunnen uiten als gedragswijzigingen In die gevallen kan een tijdige bloedafname te verzenden naar DGZ of ARSIA bij het reagerend dier en een niet reagerend dier nuttige wetenschappelijke informatie opleveren Voor meer informatie inzake anafylaxie zie

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN2b.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 2 (c)
    bijwerkingen Voor het paard is er geen specialiteit met doramectine beschikbaar De werkzaamheid en de veiligheid van deze stof voor de behandeling van luizen bij het paard werden slechts in een beperkt aantal studies aangetoond die bovendien gepubliceerd werden in niet Engelstalige tijdschriften en waarvan de resultaten dan ook niet na te trekken zijn We verwijzen bijgevolg naar de opmerkingen die hoger gemaakt werden voor ivermectine voor de behandeling van luizen bij het paard Eprinomectine De enige specialiteit met eprinomectine die in ons land beschikbaar is is geïndiceerd voor behandelingen van ondermeer steek en bijtluizen bij het rund Gezien er andere specialiteiten op de markt aanwezig zijn voor de behandeling van luizen bij het varken kan haar gebruik voor de behandeling van luizen bij het varken niet worden verantwoorden Zoals reeds eerder werd vastgesteld voor ivermectine en doramectine bestaat er nagenoeg geen wetenschappelijke informatie voor het gebruik van eprinomectine bij het paard Ook hier verwijzen we naar de opmerking die hoger gemaakt werden voor ivermectine voor de behandeling van luizen bij het paard Milbemycine Aangezien milbemycine oxim bestemd is voor de behandeling van kleine huisdieren wordt deze bespreking beperkt tot moxidectine dat gecommercialiseerd is in België voor gebruik bij het paard Equest orale gel De behandeling van luizeninfestaties behoort echter niet tot de indicaties van dit geneesmiddel Bovendien is in de literatuur geen informatie terug te vinden over de werkzaamheid van moxidectine tegen luizen De veiligheidsmarge van moxidectine bij het volwassen paard is bovendien minder ruim dan bij het rund Zowel bij het veulen als bij het paard werden bijwerkingen beschreven die optraden bij een dosis die 2 of 3 maal d aanbevolen dosis bedroeg Er wordt opgemerkt dat paarden meestal geïnfesteerd worden door Damalinia equi bijtluis en dat behandeling met orale geneesmiddelen minder werkzaam zijn bijtluizen voeden zich met huidafval Pyrethrinoïden Voor nutsdieren is er momenteel slechts een diergeneesmiddel met pyrethroïden op de markt Bayticol pour on flumethrine geïndiceerd voor gebruik bij het rund voor onder meer de behandeling van steekluizen Voor dezelfde reden als voor Eprinex Pour On kan ook dit geneesmiddel niet gebruikt worden bij het varken Voor het paard is er in de literatuur slechts zeer weinig informatie beschikbaar over de werkzaamheid van flumethrine of andere pyrethrinoïden Organofosfaten en carbamaten Uit deze groep is slechts een stof beschikbaar als diergeneesmiddel nl foxim dat geïndiceerd is voor de behandeling van luizen bij het varken Sarnacuran en Sarnacuran pour on De wachttijd van deze twee specialiteiten bedraagt 4 weken De SPK van Sarnacuran schrijft voor een behandeling van luizen een eenmalige behandeling als spray of wassen voor met een verdunning van 10 ml Sarnacuran pour on per 10 l water zijnde een oplossing van 500 mg l Voor Sarnacuran pour on wordt een eenmalige toediening van 4 ml 10 kg LG of 30 mg kg die over de volledige ruglijn tot aan de basis van de staart wordt gegoten aanbevolen Over dit product dat nochtans regelmatig in de diergeneeskunde wordt gebruikt bestaan nagenoeg geen studies betreffende de werkzaamheid

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN2c.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 1 (b)
    hoge mate werkzaam tegen strongyliden maar ze dienen blijkbaar met de nodige voorzorg gebruikt te worden voor infestaties met ascariden Benzimidazoles en pyrantel blijken daarentegen wel werkzaam te zijn tegen infestaties met ascariden Zo bleken pyrantelpamoaat Schourgaard en Nielsen 2007 en fenbendazole Hearn en Peregrine 2003 werkzaam te zijn tegen P equorum wormen die de behandeling met ivermectine overleefd hadden Door het veelvuldig optreden van resistentie dient de werkzaamheid van benzimidazoles tegen kleine strongyliden dan weer gecontroleerd te worden Omdat veulens in de meeste gevallen zowel met ascariden als met strongyliden geïnfesteerd zijn en omdat een wormbehandeling nooit selectief tegen één soort kan uitgevoerd worden lijkt het ontstaan van resistentie in strongyliden en ascariden dan ook haast onvermijdelijk te zijn op kortere of op langere termijn Dierenartsen worden daarom aangemoedigd om niet blind te ontwormen Periodiek mestonderzoek per leeftijdscategorie kan aantonen welke dieren ontwormd dienen te worden en welke niet Het effect van de behandeling moet regelmatig gecontroleerd worden aan de hand van zogenaamde faecal egg count reduction testen Bijkomend zijn het regelmatig verwijderen van de mest uit de boxen dagelijks en van de weide min 2 x per week en het beperken van het aantal dieren op de weide eenvoudige maatregelen om de infestatiedruk te verlagen Wanneer er ondanks een correct gebruik van het anthelminthicum juiste manier bewaard correcte dosis toegediend en gebruikt vóór expiratiedatum van het product kort na de behandeling 10 14 d ascariseieren worden aangetroffen in de mest van de behandeldde veulens kan dit in het kader van de farmacovigilantie als een vermoeden van verminderde werkzaamheid van het product tegen deze parasiet gemeld worden bij de diensten van het FAGG adversedrugreactions vet fagg be Actieve substanties in anthelminthica die voor het paard gebruikt kunnen worden en hun belangrijkste eigenschappen Benzimidazoles Veel meldingen van resistentie bij de kleine strongyliden en bijgevolg niet geschikt voor preventief ontwormen Kan eventueel gebruikt worden voor het ontwormen van veulens met P equorum Niet werkzaam tegen paardenhorzel Gasterophilus intestinalis Pyrantel Niet veel resistentie Kan eventueel gebruikt worden voor het ontwormen van veulens met P equorum Niet werkzaam tegen paardenhorzel Niet werkzaam tegen ingekapselde vorm van kleine strongyliden Behandeling dient om de 6 w herhaald te worden voor preventief ontwormen tegen strongyliden Ivermectine Vermoeden van resistentie in P equorum Werkzaam tegen paardenhorzel Weinig tot niet werkzaam tegen ingekapselde vorm van kleine strongyliden vormen refugia populatie Behandeling dient om de 8 w herhaald te worden voor preventief ontwormen tegen strongyliden Moxidectine Vermoeden van resistentie in P equorum Werkzaam tegen paardenhorzel Behoorlijk werkzaam tegen ingekapselde vorm kleine strongyliden Niet toedienen aan veulens lft 4 maand Behandeling dient om de 12 w herhaald te worden voor preventief ontwormen tegen strongyliden Praziquantel Uitsluitend actief tegen lintworm Referenties Boersema JH Eysker M Nas JW Apparent resistance of Parascaris equorum to macrocylic lactones Vet Rec 2002 Mar 2 150 9 279 81 Hearn FP Peregrine AS Identification of foals infected with Parascaris equorum apparently resistant to ivermectin J Am Vet Med Assoc 2003 Aug 15 223 4 482 5

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN1b.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 1 (c)
    subglobal6 link subglobal6 link subglobal6 link subglobal6 link subglobal6 link subglobal6 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal7 link subglobal8 link subglobal8 link subglobal8 link subglobal8 link subglobal8 link subglobal8 link subglobal8 link Folia veterinaria 2009 nr 1 c Terug naar index Folia veterinaria 2012 nr 1 Farmacovigilantie voor de dierenarts Voor u gelezen Suspected side effects of doxycycline use in dogs a retrospective study of 386 cases Actualiteit Rapport antibioticaverbruik in de diergeneeskunde 2010 Recente informatie Archief Folia vet 2001 2012 Nieuw Nieuwe specialiteiten Gewijzigde gegevens FAGG nieuwe website Sinds 21 januari 2009 beschikt het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten FAGG over een gloednieuwe website www fagg be U kan hier terecht voor informatie omtrent geneesmiddelen en diergeneesmiddelen met ondermeer gegevensbanken van diergeneesmiddelen geneesmiddelenbewaking wetgeving en omzendbrieven BCFI project diergeneeskunde skip to page content links on this page site navigation footer site information BCFI vet Inhoud site Het B C F I Contact Inleiding Disclaimer Home Repertorium Folia vet Nieuw Goed om te weten Links subglobal1 link subglobal1 link subglobal1 link subglobal1 link subglobal1 link subglobal1 link subglobal1 link subglobal2 link subglobal2 link subglobal2 link subglobal2 link subglobal2 link subglobal2 link

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN1c.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2008 nr 3 (a)
    EBM gehanteerd en er verscheen een publicatie van een systematisch overzichtsartikel systematic review of meta analyse hoogste bewijskracht over atopische dermatitis in The Journal of Veterinary Dermatology Olivry en Mueller 2003 In 2006 werd de Evidence Based Veterinary Medicine Association EBVM association www ebvma org opgericht om EBM in de diergeneeskunde te ontplooien waarna regelmatig symposia en conferenties over dit onderwerp werden georganiseerd Een recente uitgave van The Veterinary Clinics of North America Small Animal Practice werd volledig gewijd aan een review over EBVM Schmidt 2007 Sommige organisaties zoals The American College of Veterinary Internal Medicine hanteren de EBM klassen bij het publiceren van praktijkrichtlijnen guidelines of consensusverklaringen concensus statements Klassen van bewijskracht levels of evidence in EBM en EBVM Medische beslissingen dienen zo veel mogelijk gebaseerd te zijn op gegevens uit de wetenschappelijke literatuur Niet alle publicaties hebben echter een zelfde bewijskracht strength of evidence degree of evidence Een zeer belangrijk principe uit de EBM is het rangschikken van de wetenschappelijke bewijzen tijdens de evaluatie van de literatuur Systematische overzichtsartikels systematic reviews meta analyses en dubbelblind uitgevoerde gerandomiseerde placebo gecontroleerde klinische studies hebben de sterkste bewijskracht strongest level of evidence Cohortonderzoek cohort studies patiënt controle onderzoek case control studies dwarsdoorsnede onderzoek cross sectional studies en casuïstiek case series hebben een middelmatige bewijskracht De minste bewijskracht wordt toegekend aan enkelvoudige ziektegevallen editorialen opiniestukken consensusrapporten vergelijkend onderzoek comparative research en in vitro onderzoek Deze volgorde vormt grosso modo de piramidale classificatie van de verschillende klassen in bewijskracht In de humane geneeskunde bestaat er een meer gedetailleerde classificatie zoals bijvoorbeeld deze van het Oxford Center for EBM waarin men naargelang het onderzoek vijf klassen 1 tot 5 en een aantal subklassen onderscheidt Afhankelijk van deze klassen van bewijskracht wordt aan de medische beslissing een aanbevelingswaarde grade of recommendation toegekend gaande van A tot D Het rangschikken van de bewijzen is in de diergeneeskunde eenvoudiger dan in de humane geneeskunde Dit wordt verklaard door het gebrek aan systematische overzichtsartikelen en meta analyses met de hoogste klasse van bewijskracht in de diergeneeskunde Niet zo heel lang geleden werd het merendeel van onze medische beslissingen gebaseerd op beschrijvingen van enkelvoudige ziektegevallen case reports de mening van deskundigen en of studies in andere species of door fysiopathologische redenering De laatste twee decennia kende de veterinaire literatuur een enorme stijging van het aantal goed ontwikkelde klinische studies met een hoge klasse van bewijskracht Klinische beslissingen in de diergeneeskunde hebben vandaag veel meer dan vroeger een sterkere bewijskracht Een veelgebruikte classificatie in de diergeneeskunde bestaat uit drie klassen van bewijskracht voor het rangschikken van de beschikbare wetenschappelijke informatie Klasse 1 met sterkste bewijskracht grade 1 best evidence is gebaseerd op gegevens uit een gerandomiseerde klinische studie in dezelfde diersoort Klasse 2 is gebaseerd op gegevens uit ten minste één niet gerandomiseerde klinische studie cohortstudie of patiënt controle onderzoek studies met een goed labmodel of simulaties in de diersoort bij voorkeur resultaten van meer dan een centrum casuïstiek multiple case studies of spectaculaire resultaten uit niet gecontroleerde studies Klasse

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/08FVN3a.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive



  •