www.archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Vaccinatie tegen bacteriele ziekten bij de hond
    1 dosis R PNEUMODOG Merial Bijsluiter via FAGG geïnact Bordetella bronchiseptica min 10exp 9 kiemen ml geïnact hondenpara influenzavirus min 32 UHA ml vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Ca 2 x 1 dosis 1 ml met 2 3 w interval pups mat imm 1ste vac lft 6 w pups gn mat imm 1ste vac lft 4 w Revac Ca 1 dosis jaar vóór periode van dekking en 7 d vóór contact met groep honden kan samen met Istolept Parvodog en Trivirovax worden toegediend afzonderlijke injectieplaats OOI DOI geen info fles 10 x 1 dosis R Leptospira Canicola Icterohaemorrhagiae Leptospirose bij de hond is een acuut subacuut of chronisch en soms subklinisch verlopende infectieziekte waarbij de eventueel aanwezige septikemie kan resulteren in nefritis en hepatitis gepaard gaande met uremie en eventueel icterus Honden kunnen geïnfecteerd worden door verschillende serotypes Klinische leptospirose wordt vooral veroorzaakt door kiemen die behoren tot de serogroep Icterohaemorrhagiae en de serotypes Grippotyphosa en Canicola Voor de serogroep Icterohaemorrhagiae fungeren ratten als reservoir en voor het serotype Grippotyphosa muskusratten en veldmuizen Deze reservoir gastheren kunnen de kiemen langdurig uitscheiden in de urine In een vochtig milieu met een neutrale of licht alkalische pH kunnen leptospiren lang overleven Vandaar dat leptospirose vooral voorkomt bij honden die in contact komen met grachten of waterlopen waar deze knaagdiersoorten zich bevinden De hond is de reservoir gastheer voor canicola Dit laatste serotype werd niet meer geïsoleerd in België sinds 1975 Zie Folia Veterinaria 2008 nr 2 Vaccin Ter bestrijding van leptospirose zijn geïnactiveerde vaccins commercieel beschikbaar Deze entstoffen bevatten de serogroep Icterohaemorrhagiae en het serotype Canicola Bescherming Een primovaccinatie bestaat uit twee inspuitingen met afhankelijk van het gebruikte vaccin 2 tot 5 weken tussentijd Men dient er rekening mee te houden dat maternale immuniteit kan interfereren met de vaccinatie bij pups van gevaccineerde moederdieren tot de leeftijd van van 7 tot 16 weken Een halfjaarlijkse of jaarlijkse herinenting is noodzakelijk Bijzonderheden Tussen de verschillende leptospiren serogroepen bestaat geen kruisimmuniteit Een vaccin op basis van Icterohaemorrhagiae Canicola beschermt bijvoorbeeld niet tegenover Grippotyphosa Vaccins tegen Leptospira Canicola Icterohaemorrhagiae CANIGEN L Virbac Bijsluiter via FAGG L Canicola 800 1200 10exp6 kiemen ml L Icterohaemorrhagiae 800 1200 10exp6 kiemen ml vaccin voor injectie sc im Posologie Primovac Ca lft 8 w 2 x 1 dosis 1 ml met 3 4 w interval Revac Ca 1 dosis jaar OOI L Canicola 5 w na primovac L Icterohaem 2 w na primovac DOI 1 j fles 10 x 1 dosis R ISTOLEPT Merial Bijsluiter via FAGG geïnact L Canicola min 10exp 8 kiemen ml geïnact L Icterohaemorrhagiae min 10exp 8 kiemen ml vaccin voor injectie sc im Posologie Primovac Ca lft 7 w 2 x 1 dosis 1 ml met 3 5 w interval met 2de vac na lft 12 w Revac Ca 1 dosis jaar eventueel per 6 m Kan als diluens worden gebruikt voor Parvodog en Trivirovax OOI DOI geen info fles 10 x 1 dosis R LEPTORABISIN Merial Bijsluiter via FAGG geïnact L Canicola
    http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NCAOOOL1BL2o.php (2012-06-12)

  • Vaccinatie tegen paraitaire ziekten bij de hond
    Midden en Zuid Amerika Door gebrek aan een gepaste vector is leishmaniosis in onze streken alsnog een importziekte Honden zijn het belangrijkste reservoir van L infantum De infectie verloopt zeer variabel Sommige honden ontwikkelen de ziekte terwijl andere dieren niet ziek worden of spontaan genezen Of en wanneer de ziekte actief wordt hangt af van de individuele afweer van de hond Het ziektebeeld is afhankelijk van de aangetaste organen verloopt traag en manifesteert zich als een langdurige cutane en of viscerale ziekte Bij de mens waar vnl kinderen aangetast worden veroorzaakt L infantum viscerale leishmaniosis Vaccin Het vaccin bevat Leishmania infantum Excreted Secreted Proteins Deze proteïnes spelen een rol in de parasitaire levenscyclus en induceren een celgemedieerde immuniteit bij gevaccineerde honden De proteïnes zijn gelyofyliseerd en opgelost in een isotone zoutoplossing Bij de eerste vaccinatie worden de honden driemaal subcutaan geïnjecteerd met telkens drie weken interval Daarna wordt jaarlijks een éénmalige booster vaccinatie gegeven Bescherming Dit vaccin wordt toegediend voor de actieve immunisatie van Leishmania negatieve honden vanaf de leeftijd van 6 maanden ter vermindering van het risico op het ontwikkelen van een actieve infectie en een klinische ziekte na contact met Leishmania infantum Gegevens over de werkzaamheid tonen aan dat een gevaccineerde hond 3 6 keer minder risico loopt een actieve infectie te ontwikkelen en 3 8 keer minder risico een klinische ziekte te ontwikkelen dan een niet gevaccineerde hond bij honden onderworpen aan een meervoudige natuurlijke blootstelling aan parasieten in gebieden met hoge infectiedruk Het gebruik van het vaccin bij dracht of lactatie wordt niet aanbevolen De werkzaamheid van de vaccinatie bij honden die al geïnfecteerd zijn is niet onderzocht Injectie van het vaccin bij honden die al geïnfecteerd zijn met Leishmania infantum toonde geen specifieke bijwerkingen Bij honden die ondanks de vaccinatie leishmaniasis ontwikkelen actieve infectie en
    http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NCAOOOL1DL2o.php (2012-06-12)

  • Vaccinatie tegen virale ziekten bij de kat
    in regio s waar de prevalentie van viremische katten hoog is en wanneer katten in contact kunnen komen met zwerfkatten In cattery s is het aan te raden om naast vaccinatie ook te zorgen voor een leukemievirus vrije status Dit kan door het bloed van de aanwezige katten te testen op de aanwezigheid van virale antigenen en vervolgens de persistent viremische katten te verwijderen Op deze manier worden de virusbronnen uitgeschakeld Enkelvoudige vaccins met geïnactiveerd FeLV of subunits FEVAXYN FeLV Pfizer A H Bijsluiter via HMA geïnact kattenleukemievirus gp 70 min 1 RE dosis Adjuv carbomeer vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 3 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 2 w na primovac DOI 1 jaar 10 x 1 dosis R LEUCOGEN Virbac Bijsluiter via FAGG gezuiverd recombinant p45 kattenleukemievirus min 102 mcg Adjuv aluminiumhydroxide saponine vaccin voor injectie sc im Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 15 21 d interval Revac 1 dosis jaar OOI DOI geen info fles 10 x 1 dosis 50 x 1 dosis R LEUKOCELL 2 doses Pfizer A H Bijsluiter via FAGG feliene leukemievirus proteïnen gp 70 FOCMA min 1334 ng Ag ml vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 3 w na 2de inj DOI geen info fles 10 x 1 dosis 25 x 1 dosis R PUREVAX FeLV Merial Bijsluiter via EMA FeLV kattenleukemievirus recombinant kanariepokkenvirus vCP97 10exp 7 2 CCID50 vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 8 w 2 x 1 dosis met 3 5 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 2 w na primovac DOI 1 jaar fles 10 x 1 dosis R Zie ook Gecombineerde vaccins Felien infectieuze peritonitisvirus De felien coronavirussen zijn op te splitsen in twee biotypes de feliene enterische coronavirussen die enkel een voorbijgaande diarree veroorzaken en de feliene infectieuze peritonitisvirussen die een fataal verlopende chronische exsudatieve pleuritis peritonitis pericarditis geven Er zijn duidelijke indicaties dat het peritonitis biotype ontstaat uit het enterische biotype door mutatie Deze mutatie helpt het coronavirus te ontsnappen aan de immuniteit waardoor het kan persisteren in zijn gastheer Het enterische biotype is enzoötisch aanwezig op de meeste cattery s De kittens worden hiermee systematisch geïnfecteerd na het spenen Omdat de mutatiedruk gecorreleerd is met de hoeveelheid geproduceerd virus worden de meeste feliene infectieuze peritonitis gevallen waargenomen bij een hoge infectiedruk van feliene enterische coronavirussen Vaccin Voor de vaccinatie is één vaccin beschikbaar het bevat een termosensiebele ts mutant Bescherming Serologisch negatieve katten worden gevaccineerd Het vaccin stimuleert de lokale afweer Bijzonderheden Preventie van feliene infectieuze peritonitis wordt verkregen door a het beschermen van de kittens tegen infectie met wildtype virus vòòr vaccinatie door moederpoes en kittens af te schermen van potentiële virusuitscheiders besmette kittens en persistente uitscheiders en door vervroegd spenen moederpoes kan persistente uitscheider zijn b het vervolgens vaccineren van seronegatieve kittens en c het verlagen van de infectiedruk door sanitaire maatregelen PRIMUCELL FIP Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geatt feliene infectieuze peritonitisvirus Norden DF2 min 10exp 4 8 TCID50 dosis gevriesdroogd vaccin en diluens inas Posologie Primovac Fe lft 16 w 2 x 1 dosis met 3 w interval Revac 1 dosis jaar Dit vac mag samen toegediend worden met Felocell CVR C Felocell CVR en Felocell RC OOI 3 w na 2de dosis primovac DOI 12 m fles 10 x 1 dosis diluens 25 x 1 dosis diluens R Gecombineerde vaccins FELIGEN CRP ex FELIGEN CR P LEVEND Virbac Bijsluiter via FAGG geatt kattenpanleucopenievirus LR 72 min 10exp 3 7 TCID50 ml geatt kattenrhinotracheïtisvirus F2 min 10exp 5 0 TCID50 ml geatt kattencalicivirus F9 min 10exp 4 6 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc im Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 3 w interval Revac 1 dosis jaar of 1 dosis 6 m bij hoog infectierisico OOI 3 w na FPV 4 w na FCV en FRV DOI 1 j fles 10 x 1 dosis 10 x 1 ml diluens 50 x 1 dosis 50 x 1 ml diluens R FELOCELL CVR Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geatt feliene panleucopenievirus Snow Leopard min 10exp 3 TCID50 ml geatt feliene rhinotracheïtisvirus FVRm min 10exp 5 TCID50 ml geatt feliene calicivirus F 9 min 10exp 5 5 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis 1 ml met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 3 w na 2de primovac DOI 12 m fles 25 x 1 dosis 25 x 1 ml diluens R FELOCELL CVR C Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geatt feliene panleucopenievirus Snow Leopard min 10exp 3 TCID50 ml geatt feliene rhinotracheïtisvirus FVRm min 10exp 5 TCID50 ml geatt feliene calicivirus F 9 min 10exp 5 5 TCID50 ml geatt Chlamydophila felis Chlamydia psittaci min 10exp 3 2 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis 1 ml met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 3 w na 2de primovac DOI 12 m FCp geen info fles 25 x 1 dosis 25 x 1 ml diluens R FELOCELL RC Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geatt feliene rhinotracheïtisvirus FVRm min 10exp 5 TCID50 ml geatt feliene calicivirus F9 min 10exp 5 5 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 3 w na 2de primovac DOI 12 m fles 25 x 1 dosis 25 x 1 ml diluens R FEVAXYN i CHP Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact kattenpanleucopenievirus stam CU4 min 5 69 0 2 ml relatieve potentie geïnact kattencalicivirus stam 255 min 1 50 0 5 ml relatieve potentie geïnact kattenrhinotracheïtisvirus stam 605 min 1 39 0 1 ml relatieve potentie Adjuv ethyleen
    http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NFEOOOL1AL2o.php (2012-06-12)

  • Vaccinatie tegen bacteriele ziekten bij de kat
    gebeuren Na vaccinatie treedt geen volledige bescherming op De klinische tekens zijn wel aanzienlijk milder en van kortere duur bij gevaccineerde dieren en bovendien wordt het agens minder lang geëxcreteerd Bijzonderheden Het vaccineren tegenover C felis wordt vooral aangeraden wanneer er sprake is van frequent contact met andere katten of in cattery s waar de aandoening endemisch is FELOCELL CVR C Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geatt feliene panleucopenievirus Snow Leopard min 10exp 3 TCID50 ml geatt feliene rhinotracheïtisvirus FVRm min 10exp 5 TCID50 ml geatt feliene calicivirus F 9 min 10exp 5 5 TCID50 ml geatt Chlamydophila felis Chlamydia psittaci min 10exp 3 2 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis 1 ml met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 3 w na 2de primovac DOI 12 m FCp geen info fles 25 x 1 dosis 25 x 1 ml diluens R FEVAXYN i CHP Chlam Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact kattenpanleucopenievirus stam CU4 min 5 69 0 2 ml relatieve potentie geïnact kattencalicivirus stam 255 min 1 50 0 5 ml relatieve potentie geïnact kattenrhinotracheïtisvirus stam 605 min 1 39 0 1 ml relatieve potentie geïnact Chlamydophila felis Chlamydia psittaci Cello min 1 69 0 01 ml relatieve potentie Adjuv ethyleen maleinezuur anhydride EMA neocryl XK emulsigen SA vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 8 w 2 x 1 dosis met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI 2 w na primovac DOI 1 jaar spuit 10 x 1 dosis 1 ml R FEVAXYN PENTOFEL Pfizer A H Bijsluiter via EMA geïnact kattenpanleucopenievirus stam CU4 R P 9 5 12 25 dosis geïnact kattencalicivirus stam 225 R P 1 65 2 15 dosis geïnact kattenrhinotracheïtisvirus stam 605 R P 1 60 2 10 dosis geïnact Chlamydophila felis Chlamydia psittaci Cello R P 2 00 2 30 dosis geïnact kattenleukemie virus 61E stam R P 1 45 2 0 dosis Adjuv EMA neocryl A640 emulsigen SA vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Fe lft 9 w 2 x 1 dosis met 3 4 w interval Revac 1 dosis jaar OOI DOI geen info spuit 10 x 1 dosis 25 x 1 dosis R NOBIVAC FORCAT Intervet Bijsluiter via HMA geatt kattencalicivirus stam F9 min 4 6 log10 pfu dosis geatt kattenherpesvirus type 1 stam G2620A min 5 2 log10 pfu dosis geatt kattenpanleucopenievirus stam MW 1 min 4 3 log10 CCID50 dosis geatt Chlamydophila felis stam Baker min 2 3 log10 CCID50 dosis gevriesdroogd vaccin voor injectie sc Posologie Fe Primovac 2 x 1 dosis 1 ml dier met 3 4 w interval lft 1ste vac 8 9 w 2de vac 12w Revac FCV FHV I C felis 1 dosis jaar FPV 1 dosis 3 jaar OOI FCV en FHV 4 w FPV en C felis 3 w DOI FCV FHV en C felis 1 jaar FPV 3 jaar fles 10 x 1 dosis R PUREVAX RCPCh Merial
    http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NFEOOOL1BL2o.php (2012-06-12)

  • Folia vet 2010 nr 3 (a)
    komt is terug te vinden in de bijsluiter Er wordt opgemerkt dat kinderen geen nauw contact mogen hebben met behandelde honden hun ontlasting of braaksel Gentherapie en andere gerichte behandelingen Bij gentherapie worden bepaalde genen in de cellen gebracht om de ziekte te bestrijden Preklinische studies hebben echter te kampen met talrijke technische problemen die een oplossing vergen vooraleer deze behandelingsmethode in de kleine huisdierenpraktijk gebruikt kan worden Onderzoek is eveneens aan de gang naar nieuwe gerichte therapieën gericht op het DNA op de angiogenese of op het telomerase om kanker bij honden en katten te behandelen Chemotherapie met als voorbeeld de behandeling van lymfoma bij honden en katten Lymfoma is een van de meest gediagnosticeerde kankers bij de kat en komt ook zeer dikwijls voor bij honden De symptomen kunnen heel verschillend zijn en worden bepaald door de lokalisatie van de tumor en door het al of niet voorkomen van een para neoplastisch syndroom zoals hypercalcemie Aangezien de symptomen niet specifiek zijn moet de diagnose steeds cytologisch of histopathologisch bevestigd worden vooraleer gestart zou worden met chemotherapie Voor de chemotherapeutische behandeling van lymfoma zijn talrijke behandelingsprotocollen gepubliceerd De werkzaamheid van bepaalde behandelingsprotocollen is soms slechts beoordeeld tijdens zogenaamde case reports met dus een relatief zwakke bewijskracht Het wordt dan ook aanbevolen om de werkzaamheid van een bepaald protocol te beoordelen en af te wegen tegenover de mogelijke risico s bij de toepassing van het protocol In de meeste protocollen worden meerdere stoffen gecombineerd prednisolon vincristine en cyclofosfamide of prednisolon vincristine cyclofosfamide en doxorubicine met of zonder L asparaginase zijn 3 methodes die het meest worden gebruikt al wordt ook een monotherapie van uitsluitend doxorubicine vermeld De keuze wordt bepaald door de beschikbaarheid van de patiënt het merendeel van de stoffen wordt intraveneus toegediend de prijs de ervaring van de dierenarts met een bepaald protocol de toxiciteit en de werkzaamheid van een bepaald protocol Ter informatie worden hieronder de te verwachten resultaten van bepaalde behandelingen weergegeven Een exhaustieve analyse van de literatuur en een evaluatie van de verschillende bewijsniveaus liggen buiten de doelstellingen van dit artikel Tabel 1 Percentage volledige remissie overlevingsduur en percentage patiënten in leven na 1 jaar met verschillende behandelingsprotocollen voor de behandeling van lymfoma bij de hond Protocol volledige remissie Gemiddelde overlevingsduur Overlevingsduur 1 jaar PVC 60 70 6 tot 7 maanden 10 20 PVCD L 80 90 10 tot 12 maanden 50 Doxorubicine 50 75 6 tot 8 maanden P prednisolon V vincristine C cyclofosfamide L L asparaginase D doxorubicine De dosissen en de toedieningsintervallen zijn afhankelijk van het protocol maar moeten naargelang de eventuele bijwerkingen worden aangepast De duur van de behandeling bedraagt in de regel 3 tot 6 maanden Meestal volgt er geen onderhoudsbehandeling Er wordt opgemerkt dat de behandeling met prednisolon per os een kortere overlevingsduur tot gevolg heeft 1 tot 2 maanden Bovendien vertonen honden die enkele weken behandeld worden met prednisolon vaker resistentie tegen andere moleculen uit het behandelingsprotocol multiple drug resistance De eigenaar dient dan ook gewaarschuwd te worden
    http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/10FVN3a.php (2012-06-12)

  • Folia vet 2011 nr 3 (a)
    het cascadesysteem en is haar nut beperkt om de keuze van een bepaald diergeneesmiddel te funderen Zelfs voor de recentere diergeneesmiddelen en niettegenstaande de garantie die geleverd wordt door de wetenschappelijke evaluatie die tijdens de registratieprocedure wordt uitgevoerd heeft de dierenarts behoefte aan zoveel mogelijk informatie om binnen de grenzen van de indicatie beter de beperkingen en veiligheid van het geneesmiddel te kunnen inschatten Voor de geneesmiddelen die in de handel zijn zijn de gebruiksvoorschriften steeds beperkt tot die situaties en die ziektes waarmee rekening gehouden werd in de klinische studies De medische praktijk is echter een multifactoriële en complexere omgeving dan de gestandaardiseerde omgeving van gerandomiseerde en gecontroleerde studies Het vermenigvuldigen van de studies en het verspreiden van hun inhoud zou de dierenarts in staat stellen om op basis van de beste wetenschappelijke bewijzen een gefundeerde keuze te maken Belangrijke informatie voor de dierenarts is bijvoorbeeld in welke mate de fysiologische of pathologische toestand van de patiënt een invloed heeft op de therapie wat de invloed is van bijkomende aandoeningen of in welke mate meerdere behandelingen die afzonderlijk of gelijktijdig toegediend worden de werkzaamheid van de behandeling beïnvloeden Op de SKP staat de datum van de laatste aanpassing van de tekst doch nog niet op de bijsluiter die zich in de verpakking bevindt De geneesmiddelen die reeds gedurende langere tijd een VHB hebben kunnen op basis van de continue risico batenanalyse een wijziging ondergaan De normen die gehanteerd werden voor oudere geneesmiddelen zijn dikwijls voorbijgestreefd Voor deze geneesmiddelen bestaat er een procedure van vijfjaarlijkse herziening die als doel heeft de inhoud van het dossier te actualiseren in functie van recente ontwikkelingen in de wetenschap en in functie van de actuele registratienormen Op basis van een risico batenanalyse worden de belangrijkste punten uit het VHB dossier aangepast Farmacovigilantie van een geneesmiddel nadat het in de handel is gebracht heeft hetzelfde doel Voor antimicrobiële middelen bijvoorbeeld wordt nagegaan in welke mate antimicrobiële resistentie de werkzaamheid van producten die reeds in de handel zijn ondermijnt Wanneer dit zo is zullen de posologiën verhoogd moeten worden Slechts zelden worden van de verantwoordelijke voor het in de handel brengen van het product bijkomende studies geëist die de werkzaamheid van het product voor een welbepaalde pathologie aantonen Deze producten krijgen dan ook vaak een algemene indicatie die gebaseerd is op het principe van well established use zijnde behandeling van gevoelige organismen De dierenarts dient therapeutische beslissingen te nemen rekening houdend met de situatie de eigen ervaring en kennis van de farmacotherapie en op basis van de best beschikbare wetenschappelijke bewijzen die in de literatuur aanwezig zijn EBM en VHB blijken dus twee complementaire processen die onontbeerlijk zijn voor de therapeut De VHB is een vertrekpunt en is de kleinst gemene deler van complexe en uiteenlopende situaties EBM stelt de dierenarts in staat om het geneesmiddel te gebruiken in een breder toepassingsveld Is EBM het begin en het einde De tekortkomingen die eigen zijn aan studies die ingediend worden bij de vergunningsaanvraag kunnen eveneens voorkomen bij
    http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/11FVN3a.php (2012-06-12)

  • Folia vet 2011 nr 3 (b)
    In de onderstaande samenvatting wordt het classsificatiesysteem zoals dat door Olivry et al 2010 gebruikt werd in een vereenvoudigde vorm voorgesteld Voor elke therapeutische interventie bv antimicrobiële behandeling wordt op basis van de bewijskwaliteit zoals die in de literatuur terug te vinden is een bepaald aanbevelingsniveau gegeven De auteurs definiëren op deze manier 6 aanbevelingsniveaus A F strength of recommendation SOR zie Tabel 1 Olivry et al bespreken elke interventie aan de hand van de eigenschappen van de gebruikte molecules en de context waarin deze in de originele artikels die de basis voor deze richtlijnen vormden gebruikt werden Deze gegevens kunnen in detail geraadpleegd worden in het artikel van Olivry et al 2010 dat op het internet vrij toegankelijk is Tabel 1 Classificatie van de aanbevelingen volgens hun onderliggende niveau van evidentie strength of recommendation SOR naar Olivry et al 2010 A Direct gebaseerd op meta analyses of systematische reviews of op minstens 1 gerandomiseerde gecontroleerde clinical trial B Gebaseerd op niet gerandomiseerde gecontroleerde trials of op andere types van experimentele studies of geëxtrapoleerd uit meta analyses of systematische reviews of gerandomiseerde gecontroleerde clinical trials C Gebaseerd op niet experimentele beschrijvende studies zoals vergelijkende studies correlatie studies en case control studies of geëxtrapoleerd uit niet gerandomiseerde gecontroleerde trials of andere types van experimentele studies D Gebaseerd op expertencomitérapporten of de mening of de klinische ervaring van een erkend expert of geëxtrapoleerd uit niet experimentele beschrijvende studies E Gebaseerd op laboratoriumonderzoek F Consensus tot stand gekomen binnen de Task Force Behandelingsopties van acute aanvallen van AD Vermoedelijke oorzaak identificeren en verwijderen of voorkomen voedsel vlooien omgevingsallergenen Staphylococcus aureus Malassezia SOR D Indien nodig aangevuld met orale glucocorticoïden SOR A en antimicrobiële therapie SOR D Niet irriterende baden SOR B en lokaal aanbrengen van glucocorticoïden SOR A Worden als niet werkzaam aangeduid antihistaminica dieet aanvullen met onverzadigde vetzuren tacrolimus en ciclosporine Behandelingsopties van chronische AD Vermoedelijke oorzaak identificeren en verwijderen of voorkomen voedsel vlooien omgevingsallergenen Staphylococcus aureus Malassezia Identificatie van voedselallergenen is nuttig indien voedselallergie een rol speelt SOR D Bestrijding van vlooien SOR D Identificatie van omgevingsallergenen a h v intradermale of serologische testen SOR C Toepassen van maatregelen voor het beperken van huisstofmijt SOR C Evaluatie en gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen oraal of lokaal vnl gericht tegen Staphylococcus aureus en Malassezia SOR D Niet irriterende baden SOR D Dieet aanvullen met onverzadigde vetzuren in combinatie met andere maatregelen SOR B Glucocorticoïden oraal SOR A of ciclosporine SOR A telkens de laagst werkzame dosis toedienen om bijwerkingen zoveel mogelijk te vermijden Lokaal aanbrengen glucocorticoïden SOR A Topicaal tacrolimus SOR A Behandeling met gamma interferon subcutaan SOR A Preventief toedienen van glucocorticoïden of tacrolimus op de huid SOR F Allergeen specifieke immunotherapie moet worden aangeboden indien deze uitvoerbaar is SOR A Phytopica zou een glucocorticoïd sparend effect hebben Deze werking is echter slechts gebaseerd op één gerandomiseerde klinische studie RCT De eventuele werkzaamheid van volgende middelen is minimaal met mogelijks belangrijke bijwerkingen pentoxifylline misoprostol tepoxaline Worden als niet werkzaam aangeduid antihistaminica leucotriene
    http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/11FVN3b.php (2012-06-12)

  • Folia vet 2011 nr 3 (c)
    en gedetailleerde verkoopsgegevens over 5 jaar over antimicrobiële middelen voor diergeneeskundig gebruik voor de periode 2005 2009 van 8 Europese landen die sinds 2005 aan gegevensverzameling doen namelijk Denemarken Finland Tsjechië Frankrijk Nederland Zweden Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk en de gegevens voor Zwitserland in de periode 2006 2009 Belgian Veterinary Surveillance of Antimicrobial Consumption National consumption report 2007 2008 2009 European Medicines Agency 2011 Trends in the sales of veterinary antimicrobial agents in nine European countries 2005 2009 EMA 238630 2011 EU summary report over antimicrobiële resistentie Dit rapport bericht over antimicrobiële resistenties in Salmonella en Campylobacter isolaten afkomstig van mensen voedsel en dieren en in indicator Escherichia coli en enterococci isolaten afkomstig van dieren en voedsel die in 2009 opgetekend werden in 25 EU lidstaten Gegevens over resistentie in isolaten afkomstig van mensen werden voornamelijk geëvalueerd aan de hand van klinische breakpoints terwijl de gegevens van isolaten afkomstig van dieren en voedsel geëvalueerd werden aan de hand van de gevoeligere epidemiologische cut off values Resistentie werd frequent vastgesteld in isolaten van mensen dieren en voedsel alhoewel er verschillen vastgesteld worden tussen de lidstaten Een hoge mate van resistentie werd geregistreerd voor ampicilline tetracyclines en sulfonamiden in Salmonella isolaten afkomstig van mensen Resistentie tegen de 3de generatie cefalosporines en fluoroquinolones beide cruciale antibiotica in de humane geneeskunde is daarentegen laag In Salmonella en indicator E coli isolaten van gevogelte varkens en runderen en het vlees van deze diersoorten werd frequent resistentie tegen tetracyclines ampicilline en sulfonamiden vastgesteld terwijl resistentie tegen 3de generatie cefalosporines laag was Een middelmatige tot hoge mate van resistentie tegen ciprofloxacine een fluoroquinolone werd vastgesteld bij Salmonella en indicator E coli isolaten geïsoleerd bij gevogelte en het vlees van gevogelte en bij varkens In Campylobacter isolaten van humane gevallen trof men een hoge mate van resistentie aan tegen ampicilline ciprofloxacine nalidixinezuur en tetracyclines Resistentie tegen erythromycine een belangrijk antibioticum werd in mindere mate vastgesteld Een hoge mate van resistentie werd vastgesteld tegen ciprofloxacine nalidixinezuur en tetracyclines in Campylobacter isolaten van pluimvee en gevogeltevlees varkens en runderen Resistentie tegen erythromycine was kleiner Resistenties tegen tetracyclines en erythromycine in indicator enterococci isolaten van dieren en voedsel werden regelmatig opgetekend European Food Safety Authority and European Centre for Disease Prevention and Control The European Union Summary Report on antimicrobial resistance in zoonotic and indicator bacteria from humans animals and food in the European Union in 2009 EFSA Journal 2011 9 7 2154 321 pp doi 10 2903 j efsa 2011 2154 Voor de precieze definitie van de termen epidemiologische cut off values NL afkapwaarden en klinische breakpoints wordt verwezen naar pp 10 en 11 van het EFSA rapport In tegenstelling met de clinical breakpoints worden epidemiologische cut off values niet beïnvloed door factoren zoals de dosis de frequentie van toedienen de galenische vorm van het geneesmiddel of patiëntenfactoren Epidemiologische cut off values zijn bijgevolg beter onderling te vergelijken De vaccins Colombovac PMV en Colombovac PMV Pox tijdelijk uit de handel Ten gevolge van het in vraag stellen van de
    http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/11FVN3c.php (2012-06-12)