archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Vaccinatie tegen bacteriele ziekten bij het varken
    verminderd percentage dieren met longletsels en minder uitgebreide longletsels Bijzonderheden Vaccinatie mag niet als alleenstaande maatregel gebruikt worden om M hyopneumoniae infecties te bestrijden en dient toegepast te worden in samenhang met andere bestrijdingsmaatregelen Monovalent vaccin enzoötische pneumonie HYORESP Merial Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae min 3 ELISA E 2 ml Adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie big lft 5 d 2 x 1 dosis 2 ml met 3 4 w interval Su big lft 10 w 1 dosis OOI DOI geen info Wachttijd 0 d fles 50 dosissen R INGELVAC MYCOFLEX Boehringer Ingelheim Bijsluiter via FAGG geïnact Mycoplasma hyopneumoniae J stam isolaat B 3745 min 1 0 RP ml Adjuv carbomeer vaccin voor injectie im Posologie Su lft 3 w 1 x 1 dosis 1 ml OOI 2 w na vac DOI min 26 w Wachttijd 0 d fles 50 ml 50 dosissen 100 ml 100 dosissen 250 ml 250 dosissen R M Pac Intervet Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae min 1 47 RPE ml Adjuv minerale olie sorbitan oleaat polysorbaat aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie Mestvarken lft 7 d 2 x 1 dosis 1 ml met 14 28 d interval Mestvarken lft 21 d 1 x 2 ml of 2 x 1 ml met 14 28 d interval vaccinatieschema twee vac 2 x 1 ml OOI 35 d na 1ste vac DOI min 6 m vaccinatieschema één vac 1 x 2 ml OOI 24 d na vac DOI min 6 m Wachttijd 0 d fles 100 ml R MYPRAVAC SUIS Hipra Lab Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae J stam min 1 0 DE80 cavia Adjuv levamisole carbomeer vaccin voor injectie im Posologie Vleesvarken lft 7 10 d 2 x 1 dosis 2 ml dier met 21 d interval OOI geen info DOI min 70 d Vlees 2 d Niet toedienen tijdens de dracht of de lactatie niet toedienen aan fokdieren fles 50 dosissen R PORCILIS M HYO Intervet Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae stam 11 min 7 log2 Ab titer Adjuv dl alfa tocoferol acetaat vaccin voor injectie im Posologie Su vanaf lft 1 w 2 x 1 dosis 2 ml dier met 3 w interval OOI 2 w na 2de vac DOI min 20 w na 2de vac Wachttijd 0 d fles 200 ml R STELLAMUNE MYCOPLASMA Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geïnact Mycoplasma hyopneumoniae min 6000 RU dosis 2 ml vaccin voor injectie im Posologie Neonatale vac big lft 3 d en 2de dosis tijdens het spenen lft 3 w en Vac na lft 2 w 2 x 1 dosis met 2 4 w interval OOI DOI geen info Vlees 0 d fles 50 dosissen 100 ml R STELLAMUNE ONE Eli Lilly Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae stam NL 1042 4 5 à 5 2 log10 RU dosis Adjuv amphigen base drakeol 5 minerale olie vaccin voor injectie im Posologie Su 1 x 1 dosis 2 ml OOI 2 w na vac vac op lft w 1 w DOI min 25 w vac op lft 1 w Wachttijd 0 d fles 50 dosissen 100 ml 125 dosissen 250 ml R SUVAXYN M HYO Pfizer A H Bijsluiter via HMA geïnact Mycoplasma hyopneumoniae RP 1 Adjuv carbopol vaccin voor injectie im Posologie big lft 1 w en OOI 1 w na 2de vac DOI 4 5 m Wachttijd 3 w fles 10 x 50 dosissen 10 x 125 dosissen R SUVAXYN MH ONE Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact Mycoplasma hyopneumoniae stam P 5722 3 min 1 00 RP dosis 2 ml Adjuv carbopol squalaan vaccin voor injectie im Posologie Su lft 21 d 1 dosis dier OOI 4 w na vac DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 50 dosissen 100 ml 125 dosissen 250 ml R Bivalent vaccin H parasuis M hyopneumoniae SUVAXYN M HYO PARASUIS Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact Mycoplasma hyopneumoniae stam P 5722 3 AR 1 1 9 dosis geïnact Haemophilus parasuis serotype 4 stam 2170B AR 1 8 1 dosis geïnact Haemophilus parasuis serotype 5 stam IA84 29755 AR 1 3 4 dosis Adjuv Carbopol 941 vaccin voor injectie im Posologie mestvarken lft min 7 d 2 x 1 dosis 2 ml met 14 21 d interval OOI Myc hyopneum 1 w na 2de vac Haem parasuis 3 5 w na 2de vac DOI 6 m na 2de vac Wachttijd 0 d fles 120 ml 50 dosissen R Atrofische rhinitis Atrofische rhinitis is een multifactoriële aandoening die gekenmerkt is door atrofie van de neusschelpen Bij matige tot ernstige uitbraken gaat dit gepaard met verschillende graden van faciale distorsie zoals brachygnatia superior laterale deviatie van de snuit en neusseptumdeviatie Men maakt een onderscheid tussen niet progressieve atrofische rhinitis en progressieve atrofische rhinitis Niet progressieve atrofische rhinitis wordt veroorzaakt door toxigene Bordetella bronchiseptica stammen en progressieve atrofische rhinitis door toxigene Pasteurella multocida stammen of door een combinatie van B bronchiseptica en toxigene P multocida stammen Bij het ontstaan van de letsels speelt het dermonecrotisch toxine van B bronchiseptica en P multocida een rol Beide toxines kunnen de conchae beschadigen maar hun werkingsmechanisme verschilt De door toxigene B bronchiseptica stammen geïnduceerde conchae hypoplasie is in de regel minder ernstig dan de atrofie die men ziet bij infecties met toxigene P multocida stammen Vaccin In vaccins tegen progressieve atrofische rhinitis moet minstens het dermonecrotisch toxine van P multocida aanwezig zijn Daarnaast kunnen zij ook het dermonecrotisch toxine van B bronchiseptica en de geïnactiveerde kiemen zelf bevatten Bescherming Vaccinatie van de zeugen met geïnactiveerde vaccins kan een hulpmiddel zijn bij de bestrijding van atrofische rhinitis De bedoeling van deze vaccinatie is dat colostrale immuniteit doorgegeven wordt aan de biggen PORCILIS AR T DF inj susp Intervet Bijsluiter via EMA per dosis 2 ml eiwit dO Pasteurella multocida min 6 2 log2 TN titer geïnact Bordetella bronchiseptica min 4 2 log2 Aggl Titer adjuv dl alfa tocopherol acetaat vaccin voor injectie im Posologie primovac zeug gelt lft min 18 w 2 x 1 dosis 2 ml met 4 w interval 1ste vac 6 w voor het werpen revac 1 x 1 dosis 2 4 w voor iedere volgende worp Wachttijd 0 d fles 50 ml R RHINIFFA T Merial Bijsluiter via FAGG geïnact Bordetella bronchiseptica toxinogene stam min 0 9 SA U 2 ml geïnact Pasteurella multocida type D toxinogene stam min 0 9 ELISA U 2 ml Pasteurella multocida anatoxine min 1 0 ELISA U 2ml Adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie Primovac Su 2 x 1 dosis 2 ml met 4 6 w interval 2de dosis 2 w voor het werpen Revac 1 dosis 2 w voor het werpen OOI DOI geen info Wachttijd 0 d fles 25 dosissen 50 ml R RHINISENG Hipra Lab Bijsluiter via EMA geïnact Bordetella bronchiseptica stam 833CER 9 8 BbCC recombinant type D Pasteurella multocida toxine PMTr min 1 MED63 adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie zeug gelt primovac 2 x 2 ml met 3 4 w interval 1ste inject 6 8 w vóór de worp revac 1 x 2 ml 3 tot 4 w voor elke volgende worp OOI DOI geen info passieve imm big tot lft 6 w Wachttijd 0 d fles 50 dosissen R Neonatale diarree door enterotoxigene Escherichia coli stammen Enterotoxigene Escherichia coli ETEC stammen kunnen een waterige diarree veroorzaken Bij neonatale biggen kan dit leiden tot aanzienlijke sterfte Deze zogenaamde enterotoxigene vorm van colibacillose kan ook voorkomen bij oudere niet gespeende biggen en bij gespeende biggen ETEC stammen bezitten twee belangrijke virulentiefactoren In de eerste plaats bezitten ze fimbriae waarmee ze vasthechten ter hoogte van de enterocyten van de dunne darm De belangrijkste adhesiefactoren bij ETEC stammen die neonatale diarree veroorzaken bij biggen zijn F4 K88 F5 K99 F6 987P en F41 fimbriae F4 ETEC stammen kunnen ook een rol spelen bij biggendiarree op latere leeftijd Bij speendiarree zijn voornamelijk F4 en F18 ETEC belangrijk Een tweede eigenschap van ETEC stammen is dat ze enterotoxines vormen die verantwoordelijk zijn voor de waterige diarree Men kent twee soorten enterotoxines bij E coli namelijk thermolabiele enterotoxines LT en thermostabiele enterotoxines STa en STb Het LT enterotoxine is een eiwit met een hoog moleculair gewicht dat sterk antigenisch is De STa en STb enterotoxines zijn peptiden met een laag moleculair gewicht die weinig antigenisch zijn tenzij ze geconjugeerd worden met een ander enterotoxine bijvoorbeeld LT Bij de bestrijding van neonatale E coli diarree kan vaccinatie van de drachtige zeugen een hulpmiddel zijn Vaccin Vaccinatie wordt uitgevoerd met geïnactiveerde vaccins die gezuiverde adhesiefactoren of een beperkt aantal E coli serotypes met de adhesiefactoren en eventueel ook het LT enterotoxine bevatten Bescherming Een primo vaccinatie met dergelijke vaccins bestaat meestal uit twee inspuitingen met een interval van 3 6 weken waarbij de laatste toediening gebeurt 2 tot 6 weken voor de partus Deze vaccins resulteren voornamelijk in een stijging van het gehalte aan IgG in het colostrum Bijzonderheden In combinatie met andere maatregelen die bedoeld zijn om de infectiedruk te verlagen en de algemene weerstand te verhogen geven ze meestal goede resultaten bij de bestrijding van neonatale diarree Ze zijn veel minder efficiënt tegen diarree bij niet gespeende oudere biggen en bieden geen bescherming tegen speendiarree NEOCOLIPOR Merial Bijsluiter via EMA geïnact E Coli adhesie factoren F4 F4ab F4 ac F4ad min 2 1 U SA adhesie factor F5 min 1 7 U SA adhesie factor F6 min 1 4 U SA adhesine factor F41 min 1 7 U SA Adjuv AL3 thiomersal vaccin voor injectie im Posologie Primovac Su 2 x 1 dosis 2 ml 1ste vac 5 7 w 2de vac 2 w voor het werpen Revac Su 1 dosis 2 w voor elke worp OOI DOI geen info Wachttijd 0 d fles 25 dosissen 50 ml R PORCILIS PORCOLI DF Intervet Bijsluiter via EMA E coli adhesine F4ab K88ab min 9 0 log2 Al titer F4ac K88ac min 5 4 log2 Al titer F5 K99 min 6 8 log2 Al titer F6 987 P min 7 1 log2 Al titer LT toxoid 6 8 log2 Al titer Adjuv dl alfa tocopherol acetaat vaccin voor injectie im Posologie Primovac zeug gelt 2 x 1 dosis 2 ml 6 tot 8 w voor de worp gevolgd door 2de vac 4 w later Revac 1 dosis tijdens de 2de helft van elke dracht 2 4 w voor de worp OOI geen info DOI 1ste levensdagen Wachttijd 0 d fles 25 dosissen 50 ml R Combinatievaccin enterotoxigene Escherichia coli stammen Clostridium perfringens Clostridium novyi Clostridium novyi kan bij zeugen verantwoordelijk zijn voor een acute infectie die ondermeer gepaard gaat met necrotiserende hepatitis en plotse sterfte Enterotoxigene Esherichia coli stammen kunnen diarree bij biggen veroorzaken Zie ook Neonatale diarree Clostridium perfringens type C veroorzaakt necrotische enteritis bij biggen Vaccin Dit geïnactiveerd bacterieel vaccin stimuleert de opbouw van antistoffen tegen de adhesines en het hitte labiele LT enterotoxine van enterotoxigene Escherichia coli stammen het β toxine van Clostridium perfringens type C en het α toxine van Clostridium novyi in het serum van gevaccineerde dieren Bescherming Door de actieve immunisatie van fokzeugen en gelten worden de pasgeboren biggen na opname van voldoende colostrum beschermd tegen neonatale diarree veroorzaakt door enterotoxigene Escherichia coli stammen die de F4ab K88ab F4ac K88ac F5 K99 of F6 987P adhesinen tot expressie brengen en tegen necrotische enteritis veroorzaakt door Clostridium perfringens type C Deze bescherming uit zich door een vermindering van de mortaliteit en van de klinische symptomen De vaccinatie van zeugen en gelten induceert ook seroneutraliserende antistoffen tegen het α toxine van Clostridium novyi SUISENG Hipra Lab Bijsluiter via FAGG F4ab fimbriaal adhesine van E coli min 65 ER60 F4ac fimbriaal adhesine van E coli min 78 ER70 F5 fimbriaal adhesine van E coli min 79 ER50 F6 fimbriaal adhesine van E coli min 80 ER25 LT enterotoxoïd van E coli min 55 ER70 toxoïd van Clostridium perfringens type C min 35 ER25 toxoïd van Clostridium novyi min 50 ER120 Adjuv aluminiumhydroxide ginseng extract vaccin voor injectie im Posologie Primovac Su 2 x 1 dosis 2 ml op 6 w en 3 w voor de worp Revac Su 1 dosis 2 ml dracht 3 w voor de worp OOI DOI geen info Wachttijd 0 d fles 50 dosissen R Porciene proliferatieve enteropathie PPE Lawsonia intracellularis Porciene proliferatieve enteropathie PPE wordt veroorzaakt door Lawsonia intracellularis en kan acuut proliveratieve hemorrhagische enteropathie chronisch porciene intestinale adenomatosis of subklinisch verlopen De acute vorm treft vooral de oudere vleesvarkens en opfokvarkens 70 kg LG en kan zich uiten door acute sterfte zonder voorafgaande symptomen Eventueel kunnen rood tot teerachtig gekleurde faeces opgemerkt worden vooraleer sterfte optreedt Bij een iets trager verloop van de ziekte worden de varkens eerst anemisch anorectisch en daarna minder beweeglijk Ze kunnen eventueel teerachtig materiaal uitbraken Het uitzicht van de faeces kan sterk varieren profuus min of meer waterig teerachtig helrood of bloederig Sterfte kan optreden binnen de 48 uur Sommige dieren herstellen volledig maar meestal is er een blijvende groeiachterstand De sterfte kan oplopen tot meer dan de helft van de aangetaste dieren De chronische vorm kan voorkomen bij varkens vanaf de leeftijd van 7 weken en manifesteert zich als een chronische diarree bleke varkens en net zoals dit bij de subklinische vorm het geval is vertonen de dieren een slechte uniformiteit De klinische symptomen zijn echter meestal weinig typisch Lawsonia intracellularis komt op de meeste bedrijven voor en is waarschijnlijk verantwoordelijk voor een aanzienlijke economische schade Het sterke overlevingsvermogen in de mest 2 tot 3 weken en de langdurige uitscheiding door geïnfecteerde dieren maken het strikt toepassen van de klassieke hygiënische maatregelen op het bedrijf all in all out desinfectie van de stal en gebruikte voorwerpen meer dan nodig om de ziekte in te perken en zo economische verliezen te beperken Vaccin Het vaccin dat momenteel op de markt is bevat een levend verzwakte Lawsonia intracellularis stam Bescherming Het vaccin beoogt een actieve immunisatie van biggen vanaf de leeftijd van 3 weken om de intestinale letsels veroorzaakt door Lawsonia intracellularis te beperken en zo het gewichtsverlies tegen te gaan Bescherming treedt op 3 weken na vaccinatie en duurt minstens 17 weken Bijonderheden De vaccinatie gebeurt met geattenueerde kiemen Bijgevolg mogen geen antimicrobiële middelen toegediend worden vanaf 3 dagen voor tot 3 dagen na de vaccinatie Indien de vaccinatie gebeurt via het drinkwater dient ook de drinkwaterinstallatie vrij te zijn van resten van antimicrobiële stoffen desinfectantia en detergenten Afgeroomde melkpoeder of natriumthiosulfaat kunnen als stabilisatoren voor het vaccin aan het drinkwater worden toegevoegd Tot drie dagen na vaccinatie kan Lawsonia intracellularis DNA worden aangetroffen in de mest van gevaccineerde varkens Het risico op verspreiding van de kiem na vaccinatie zou echter laag zijn al kan de transmissie naar stalgenoten niet worden uitgesloten ENTERISOL ILEITIS Boehringer Ingelheim Bijsluiter via HMA geatt Lawsonia intracellularis MS B3903 min 10 exp4 9 TCID50 en max 10 exp6 1 TCID50 2 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor oplossing po in de mond of via drinkwater Posologie Su lft 3 w 1 dosis 2 ml OOI 3 w DOI min 17 w Wachttijd 0 d fles 20 ml 10 dosissen 100 ml 50 dosissen R Vlekziekte Vlekziekte wordt veroorzaakt door Erysipelothrix rhusiopathiae De acute vorm van deze aandoening gaat gepaard met erge algemene symptomen waarbij soms typische huidveranderingen optreden Bij drachtige zeugen kan abortus optreden tengevolge van de koorts Bij beren kunnen vruchtbaarheidsstoornissen optreden De chronische vorm is gekenmerkt door polyartritis of endocarditis Van deze kiem kent men een groot aantal serotypes De meeste stammen die geïsoleerd worden bij varkens behoren evenwel tot de serotypes 1 of 2 Vaccin Er zijn zowel monovalente als bivalente vaccins beschikbaar In België werden enkel geïnactiveerde vaccins geregistreerd Vaccins op basis van welbepaalde serotype 2 stammen induceren niet enkel bescherming tegenover dit serotype maar ook tegenover serotype 1 stammen en de meeste andere serotypes Dergelijke vaccins bevatten de geïnactiveerde kiemen en een oplosbaar antigeen dat geproduceerd wordt tijdens het opgroeien van de kiem in vloeibare milieus Sommige vaccins bevatten behalve een serotype 2 stam ook een serotype 1 stam Bescherming Er wordt aangenomen dat de duur van bescherming na twee vaccinaties met een interval van drie tot zes weken ongeveer zes maanden bedraagt Maternale immuniteit kan interfereren met vaccinatie tot de leeftijd van ongeveer drie maanden Vaccinatie is vooral aangewezen bij fokdieren Op probleembedrijven kunnen ook de vleesvarkens gevaccineerd worden Voor sommige vaccins werd aangetoond dat een eenmalige vaccinatie vanaf de leeftijd van drie maanden bescherming induceert gedurende de mestperiode Eén van de tekortkomingen van vlekziektevaccins is dat ze weinig of geen bescherming induceren tegenover de chronische vorm van deze aandoening Monovalente vlekziektevaccins PORCILIS ERY Intervet Bijsluiter via HMA geïnact Erysipelothrix rhusiopathiae M2 serotype 2 min 50 IE dosis 2 ml vaccin voor injectie im Posologie Primovac Su lft 12 w 2 x 1 dosis 2 ml met 4 w interval Revac zeug 1 dosis tijdens elke zoogperiode beer 2 x 1 dosis jaar gelt beer niet vac laatste 2 w voor dekken OOI 3 w DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 50 ml R RUVAX VET Merial Bijsluiter via FAGG Erysilopethrix rhusiopathiae serotype 2 1Elisa E 2 ml adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie Primovac gelt beer lft 3 m 2 x 1 dosis 2 ml met 3 4 w interval Revac zeug 1 dosis bij het spenen beer niet binnen 3 w voor het dekken mestvarken lft 3 m 2 x 1 dosis 2 ml met 3 4 w interval OOI 3 w na 1ste vac DOI geen info Wachttijd 0 d fles 25 dosissen 50 ml R Bivalente vlekziektevaccins PARVORUVAX Merial Bijsluiter via FAGG geïnact varkensparvovirus 2 U HAI 2 ml geïnact Erysipelothrix rhusiopathiae serotype 2 min 1 Elisa E 2 ml Adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie Su Primovac gn mat imm 2 x 1 dosis met 3 4 w interval 2de vac min 2 w voor de 1ste dekking Revac 1 dosis 6 m zoogperiodes vlekziekte OOI 3 w na 2de inject primovac DOI geen info parvo OOI volledige primovac min 14 d voor reproductie beschermt

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NSUOOOL1BL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins voor het konijn
    De mortaliteit is hoog De ziekte wordt a h v de typische klinische symptomen gesteld De voorbije decennia komt de ziekte in industriële kwekerijen ook voor onder een respiratoire vorm Deze vorm die gedurende het hele jaar door voorkomt wordt verooraakt door mildere virusstammen De ziekte kan subklinisch voorkomen Bij deze vorm is het moeilijker een diagnose te stellen Het viraal hemorragisch syndroom rabbit haemorrhagic disease RHD is een virale ziekte van het Europees konijn en wordt veroorzaakt door een virus uit de familie van de Caliciviridae RHD verspreidt zich snel en infectie kan gebeuren via de nasale conjunctivale of orale route Het dier besmet zich zowel via direct contact als indirect via bv kooien de mens vogels insecten De mortaliteit is hoog bij volwassen dieren met weinig of geen symptomen die de dood voorafgaan Klinische symptomen komen enkel voor bij dieren ouder dan 8 10 weken Het resistentiemechanisme bij de jongste dieren is niet volledig gekend Vaccin De vaccinstam is een myxomavirus dat een gen van het kapseleiwit van het RHD virus tot expressie brengt Konijnen worden zo geïmmuniseerd zowel tegen het myxomavirus als tegen het RHD virus Bescherming Het vaccin wordt gebruikt bij konijnen vanaf een leeftijd van vijf weken voor de vermindering van de mortaliteit en de klinische verschijnselen als gevolg van myxomatose en ter voorkoming van de mortaliteit als gevolg van RHD De gevaccineerde dieren zijn vanaf 3 weken na de vaccinatie beschermd De bescherming duurt 1 jaar Na vaccinatie kan er een tijdelijke verhoging van de lichaamstemperatuur van 1 2 C optreden De eerste twee weken na vaccinatie kan er een kleine pijnloze zwelling op de injectieplaats optreden De zwelling verdwijnt aan het einde van de derde week volledig Na infectie met virulent myxomavirus kunnen er bij sommige gevaccineerde dieren enkele zeer kleine zwellingen ontwikkelen

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NLMOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccinatie tegen virale ziekten bij pluimvee
    in de regel slechts als ééndagskuiken gevaccineerd maar kunnen indien nodig een herhalingsvaccinatie krijgen met een virusvariant type 4 91 of CR88121 vanaf de leeftijd van 14 dagen De combinatievaccins van IB met ND of IB met EDS en het aviair rhinotracheïtisvirus zijn geïnactiveerde vaccins die 4 weken voor de leg toegediend worden om de leg en reproductiedieren te hervaccineren Zie Vaccins tegen infectieuze bronchitis Vaccinatie tegen de ziekte van Gumboro Vaccin Levend verzwakte vaccins met intermediaire stammen van het Gumborovirus infectious bursal disease virus of IBDV worden tijdens de opfokperiode van leg en reproductiedieren en mestkippen tussen de 10 en 18de dag toegediend Vaccins zijn beschikbaar waarmee mestkippen gevaccineerd kunnen worden vanaf dag 1 op voorwaarde dat het gehalte aan maternale antistoffen laag genoeg is ELISA titer 500 Een specialiteit met als vaccinstam een recombinant kalkoenen herpesvirus HVT dat het beschermende antigeen VP2 van het Gumborovirus stam Faragher 52 70 tot expressie brengt Het vaccin beschermt tegen de ziekte van Gumboro en tegen de ziekte van Marek in kuikens Bescherming Deze vaccins zijn niet immunosuppressief maar veroorzaken wel een lichte atrofie van de beurs van Fabricius Bijzonderheden Een geslaagde vaccinatie tegen Gumboroziekte is sterk afhankelijk van de hygiënische maatregelen in de stal o a van het ontsmetten van de lokalen Zie Vaccins tegen de ziekte van Gumboro Vaccinatie tegen aviaire encefalomyelitis trilziekte Vaccin De vaccins moeten minstens 4 weken vóór het begin van de leg toegediend te worden Men gebruikt hiervoor uitsluitend vaccins met levend verzwakt virus Bescherming Vaccinatie van moederdieren biedt passieve bescherming aan kuikens Zie Vaccins tegen aviaire Encefalomyelitis trilziekte Vaccinatie tegen artritis veroorzaakt door reovirussen Vaccin Men gebruikt een vaccin met een geïnactiveerd virus in een olieachtige emulsie voor vaccinatie van van reproductiedieren Bescherming Vaccins bieden een passieve bescherming aan kuikens tegen virale artritis Zie Vaccins tegen infectieuze artritis Vaccinatie tegen virale infectieuze anemie Vaccin Een vaccin met levend verzwakt virus wordt toegediend aan reproductiedieren om hun As titer ten opzichte van het CAV virus te verhogen en hun kuikens passief te beschermen Het vaccin wordt minstens 6 weken vóór het begin van de leg subcutaan toegediend Bescherming Door de vaccinatie worden de kuikens passief beschermd tegen de klinische tekens en sterfte veroorzaakt door het Infectieuze Anemievirus Zie Vaccins tegen virale infectieuze anemie Vaccinatie tegen het egg drop syndrome Deze vaccins worden volgens de aanwezige epidemioloische toestand gebruikt Vaccin Deze vaccins met een geïnactiveerd adenovirus in een olieachtige emulsie zijn ofwel monovalent ofwel worden ze gecombineerd met het vaccin tegen de ziekte van Newcastle Bescherming Ze immuniseren het dier minstens gedurende één jaar Zie Vaccins tegen egg drop syndrome Vaccinatie tegen infectieuze laryngotracheitis Deze vaccins worden volgens de aanwezige epidemiologische toestand gebruikt Vaccin De vaccins worden als oogdruppels toegediend Zie Vaccins tegen infectieuze laryngitis Vaccinatie tegen vogelpokken Dit vaccin worden wordt volgens de aanwezige epidemiologische toestand gebruikt Vaccin Een vaccin voor het immuniseren van kippen en ander pluimvee tegen kippenpokken Bescherming Na de wing webvaccinatie ontstaat een entreactie in de vorm van een knobbeltje in grootte

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAVOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Antivirale vaccins voor pluimvee (lijst van specialiteiten)
    dosis gevriesdroogd vaccin spray inas intraoculair drinkwatermethode Posologie kip 1 dosis dier oculo nasale of spray methode vanaf lft 1 d drinkwatermethode vanaf lft 14 d Induceert eveneens een gedeeltelijke bescherming tegen het serotype D274 Wachttijd 0 d fles 10 x 1000 dosissen 10 x 2500 dosissen 10 x 5000 dosissen 1 x 10 000 dosissen R OOI 3 w DOI 6 w POULVAC IB H 120 Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geatt infectieuze bronchitisvirus stam Masachusetts min 10exp 3 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin drinkwater spray neus en oogdruppelmethode Posologie slachtkuiken lft 1 d legdier lft 1 d of 4 w 1 dosis dier legdier 2de vac op 12 16 w Wachttijd 0 d fles 10 x 5000 dosissen R OOI 25 d DOI 16 w POULVAC IBMM ARK Pfizer A H Bijsluiter via HMA aviair infectieuze bronchitisvirus stam Massachusetts 1263 en Arkansas 3168 min 10 exp3 3 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin voor spray methode Posologie kuiken vanaf lft 1 d 1 dosis 0 5 ml dier Wachttijd 0 d fles 10 x 5000 dosissen R OOI 3 w na vacc DOI 6 w na vacc Serotype Massachusetts D274 D207 NOBILIS IB MA 5 Intervet Bijsluiter via FAGG geatt infectieuze bronchitisvirus Ma 5 min 10exp 3 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin spray inas intraoculair drinkwatermethode Posologie kip 1 dosis dier oculo nasale of spray methode vanaf lft 1 d drinkwatermethode vanaf lft 14 d Induceert eveneens een gedeeltelijke bescherming tegen het serotype D274 Wachttijd 0 d fles 10 x 1000 dosissen 10 x 2500 dosissen 10 x 5000 dosissen 1 x 10 000 dosissen R OOI 3 w DOI 6 w POULVAC IB PRIMER Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geatt infectieuze bronchitisvirus stam Massachusetts H120 min 10exp 3 EID50 dosis stam D274 clone min 10exp 3 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin spraymethode Posologie slachtkuiken lft 1 d 1 2 dosis leg of reproductiedier lft 1 d of 4 w 1 2 dosis lft 1d of 1 dosis lft 1 d lft 15 16 w 2de vac met geïnact vac Wachttijd 0 d fles 10 x 5000 dosissen R OOI 21 d DOI 16 w Serotype 4 91 GALLIVAC IB 88 Merial Bijsluiter via FAGG geatt infectieuze bronchitisvirus CR88121 min 4 log10 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin voor verneveling Posologie kuiken lft 14 d 1 dosis dier Wachttijd 0 d fles 2000 dosissen R OOI 3 w na vac DOI min 5 w na vac NOBILIS IB 4 91 Intervet Bijsluiter via EMA geatt infectieuze bronchitisvirus 4 91 min 3 6 log10 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin drinkwater spray neus en oogdruppelmethode Posologie Primovac 1 dosis dier vleeskuiken lft 1 d spray en druppelmethode lft 7 d 1 dosis dier drinkwater toekomstige leg fok of vermeerderingsdieren lft 3 w intranasaal ouclair spray drinkwater Revac 1 dosis 6 w Wachttijd 0 d fles 10 x 1000 of 10 x 5000 dosissen R OOI DOI geen info Gecombineerde vaccins de ziekte van Newcastle infectieuze bronchitis NOBILIS IB MULTI ND Intervet Bijsluiter via FAGG geïnact infectieuze bronchitisvirus M41 min 5 5 log2 VN E dosis D274 min 4 log2 VN E dosis geïnact Newcastle disease virus clone 30 min 50 PD50 dosis Adjuv water in olie vaccin voor injectie sc im Posologie legkip moederdier in opfok lft 14 18 w 0 5 ml dier min 3 w voor de leg Deze vac volgt min 4 w na een vac met geatt IB vaccin Vlees 0 d fles 1000 dosissen 500 ml R i OOI 4 w na vac DOI 1 legperiode Gecombineerde vaccins ziekte van Newcastle Egg drop syndrome NOBILIS ND EDS Intervet Bijsluiter via FAGG geïnact Newcastle disease virus stam Clone 30 min 50 PD50 dosis geïnact Egg Drop Syndrome virus stam BC14 min 6 5 log2 HI E dosis Adjuv water in olie vaccin voor injectie im sc Posologie legkip moederdier lft 16 20 w 1 dosis 0 5 ml dier min 4 w vóór de leg Het is noodzakelijk vóór te enten met een geatt ND vac Vlees 0 d Ei 0 d fles 12 x 1000 dosissen 500 ml R i OOI niet bepaald DOI 1 legperiode Gecombineerde vaccins ziekte van Newcastle Egg drop syndrome aviaire rhinotracheïtis infectieuze bronchitis NOBILIS RT IB multi ND EDS Intervet Bijsluiter via HMA per dosis 0 5 ml geïnact antigenen van infectieuze bronchitis virus stam M41 min 5 5 log exp2 VN E infectieuze bronchitis virus stam 249g min 4 log exp2 VN E aviaire rhinotracheïtis virus stam But1 8544 min 9 5 log exp2 Elisa E Egg Drop Syndrome 76 virus stam BC14 min 6 5 log exp2 HI E Newcastle disease virus stam Clone 30 50 PD50 E Adjuv vloeibare paraffine vaccin voor injectie im Posologie reproductiekip legkip lft 14 20 w 0 5 ml dier Niet toedienen tijdens de leg of binnen de 4 w voor de aanvang van de leg Wachttijd 0 d fles 500 ml 1000 dosissen R OOI 4 w na vac DOI 1 legperiode Vaccins tegen de ziekte van Gumboro AVIPRO GUMBORO VAC Lohmann A H Bijsluiter via HMA geatt IBD virus Cu 1M min 2 log10 max 3 7 log10 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin drinkwatermethode Posologie mestkuiken lage mat imm lft 7 d 1 dosis dier hoge mat imm lft 14 d 1 dosis dier legkip moederdier lft 3 4 w 1 dosis dier best 2de vac na 3 7 d Vaccins tegen ND en IB mogen in dezelfde tijdsperiode worden verstrekt Gedurende 14 d voor of na toediening van dit vac mogen geen andere vac worden toegediend Wachttijd 0 d fles 10 x 1000 10 x 5000 of 10 x 10 000 dosissen R OOI 3 w DOI min 14 w na 2de vac AVIPRO PRECISE Lohmann A H Bijsluiter via HMA levend Gumborovirus stam LC 75 min 10 exp3 EID50 dosis gevriesdroogd vaccin po in het drinkwater Posologie kip 1 dosis dier slachtkuikens geen maternale As lft 7 d maternale As 14 d fok en legkippen geen maternale As lft 7 d maternale As lft 3

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAVOOOL1AL2a.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccinatie tegen bacteriele & parasitaire ziekten bij pluimvee
    infecties met hetzij E coli of Mycoplasma gallisepticum zie ook Vaccins tegen E coli en Vaccins tegen Mycoplasma gallisepticum Vaccins Vaccins tegen coccidiose HIPRACOX Hipra Lab Bijsluiter via FAGG Eimeria acervulina stam 003 300 390 oöcysten dosis Eimeria maxima stam 013 200 260 oöcysten dosis Eimeria mitis stam 006 300 390 oöcysten dosis Eimeria praecox stam 007 300 390 oöcysten dosis Eimeria tenella stam 004 250 325 oöcysten dosis vaccin po verneveling Posologie vleeskuiken lft 1 d 1 dosis 0 007 ml dier OOI 14 d na de vacc DOI min 28 d Wachttijd 0 d fles 1000 dosissen 20 ml kleurstof of 5000 dosissen 100 ml kleurstof R PARACOX Intervet Bijsluiter via FAGG E acervulina HP 500 oöcysten dosis 0 1 ml E brunetti HP 100 oöcysten dosis E maxima CP 200 oöcysten dosis E maxima MFP 100 oöcysten dosis E mitis 1000 oöcysten dosis E necatrix HP 500 oöcysten dosis E praecox HP 100 oöcysten dosis E tenella HP 500 oöcysten dosis vaccin po in het drinkwater Posologie kuiken lft 5 9 d 1 dosis 0 1 ml OOI 10 d DOI min 36 w indien op strobodem gehuisvest Wachttijd 0 d zakjes 1000 dosissen 5000 dosissen R PARACOX 5 Intervet Bijsluiter via HMA E acervulina HP 500 650 oöcysten dosis E maxima CP 200 260 oöcysten dosis E maxima MFP 100 130 oöcysten dosis E mitis HP 1000 1300 oöcysten dosis E tenella HP 500 650 oöcysten dosis vaccin po met het voeder of verstuiving ééndagskuikens drinkwater kuiken 3 d Posologie kuiken lft 1 3 d 1 dosis dier OOI 14 d DOI 40 d Wachttijd 0 d fles 5 x 1000 dosissen 4 ml 5 x 5000 dosissen 20 ml R Vaccins tegen Salmonella AVIPRO SALMONELLA DUO Lohmann A H Bijsluiter via FAGG geatt Salmonella enteritidis stam Sm24 Rif12 Ssq min 1 x 10exp 6 x 108 KVE geatt Salmonella typhimurium stam Nal2 Rif9 Rtt min 1 x 10exp 6 x 108 KVE gevriesdroogd vaccin po in het drinkwater Posologie kip lft 1 d 1 dosis dier 2e dosis op 6 8 w 3e dosis op 16 w min 3 w voor de leg eend lft 1 d 1 dosis dier kip OOI 15 d DOI lft 68 w S enteritidis lft 62 w S typhimurium eend OOI 22 d DOI 43 d Vlees en vleesafval 21 d Ei 21 d fles 10 x 2000 dosissen R AVIPRO SALMONELLA VAC E Lohmann A H Bijsluiter via HMA geatt Salmonella enteritidis stam Sm24 Rif12 Ssq min 1 x 10exp 8 kve gevriesdroogd vaccin po met het drinkwater Posologie fok en legkip 1 dosis vanaf lft 1 d 2de dosis op 6 8 w 3de dosis op 16 18 w min 3 w voor de leg OOI binnen 14 d na 1ste vac DOI tot 52 w lft Vlees 21 d Niet toedienen aan dieren in de leg of dieren die binnen de 3 w in de leg komen fles 1000 10 x 1000 2000 10 x 2000

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAVOOOL1BL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins tegen virale ziekten bij duiven en kanaries
    Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Vaccins tegen virale ziekten bij duiven en kanaries Duiven Vaccins tegen de ziekte van Newcastle Paramyxovirose Kanaries Vaccins tegen vogelpokken Zie ook Vaccins tegen bacteriële ziekten bij duiven Overzicht vaccins voor duiven en kanaries tabel Duiven Vaccins tegen de ziekte van Newcastle Paramyxovirose De vaccinatie van duiven die aan wedstrijden of tentoonstellingen deelnemen is wettelijk verplicht KB van 28 11 1994 Het aanbevolen schema is het volgende Voorjaarsvaccinaties vóór het wedstrijdseizoen alle duiven van meer dan 5 weken oud worden gevaccineerd ook de volwassen duiven die het jaar voordien reeds gevaccineerd werden met een geïnactiveerd vaccin in waterachtige of olieachtige emulsie Vaccinatie tijdens het wedstrijdseizoen alle duiven die geboren worden tijdens de wedstrijdperiode worden vanaf de leeftijd van 5 weken gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin in waterachtige of olieachtige emulsie Opmerking het is van essentieel belang dat de geïnjecteerde dosis vaccin juist is De injectie wordt subcutaan toegediend in de nek de naald wordt in caudale richting halverwege de nek en evenwijdig met de halswervels geplaatst COLUMBA Pharmagal Bio Bijsluiter via FAGG geïnact paramyxovirus type 1 columbae stam 988M ca min 5 8 log2 max 12 3 log2 HI vaccin voor injectie sc Posologie Co lft 4 w 2 x 1 dosis 0 3 ml met 21 28 d interval Revac 1 dosis jaar min 21 d voor het begin van vlieg en tentoonstellingseizoen OOI 14 d na laatste vac DOI 1 jaar Wachttijd 0 d fles 30 ml 100 doseringen R i NOBILIS PARAMYXO P201 Intervet Bijsluiter via HMA geïnact duivenparamyxovirus 1 PPMV 1 antigeen stam P201 min 6 8 en max 10 2 log2 HI eenheden in kippen dosis 0 25 ml Adjuv vloeibare paraffine vaccin voor injectie sc Posologie duif vanaf lft 5 w 0

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NSEOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins tegen virale ziekten bij duiven en kanaries
    subglobal8 link Repertorium Anti infectieuze middelen Antimicrobiële middelen Antimycotische middelen Antiparasitaire middelen Hormonen Geslachtshormonen voortplantingsstelsel Glucocorticoïden Schildklier Hyperadrenocorticisme Cushing Insuline Antihistaminica Pijn en ontsteking Analgetica en antipyretica Narcotische analgetica NSAID s Glucocorticoïden Antihistaminica Gastro intestinaal stelsel Maagzuursecretie inhibitor Anti emeticum Spasmolytica Obesitas Anti infectieuze geneesmiddelen bij diarree Metabolisme Rehydratantia Glucose Vitaminen mineralen Locomotorisch stelsel Ademhalingsstelsel Cardiovasculair stelsel Hartinsufficiëncie Perifere en cerebrale vasodilatoren Diuretica Beta blokkers Urogenitaal stelsel Centraal en perifeer zenuwstelsel Algemene injecteerbare anaesthetica Inhalatieanaesthetica Euthanasie Lokale anaesthetica Neuroleptica Benzodiazepines Myorelaxerende stoffen Alfa 2 adrenergica Antidepressiva Middelen bij epilepsie Antidoot Geneesmiddelen voor de huid Uitwendig gebruik Cutaan gebruik Gebruik in het oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Vaccins tegen bacteriele ziekten bij duiven Zie ook Vaccins tegen virale ziekten bij duiven en kanaries Overzicht vaccins voor duiven en kanaries tabel Vaccins tegen Salmonellose paratyfus In besmet milieu kan een vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin de sterfte op een doeltreffende manier beperken Het aanbevolen vaccinatieschema is het volgende Primovaccinatie twee maal één dosis vaccin 0 2 ml per subcutane injectie in de nek toedienen met 3 weken interval De eerste dosis wordt bij voorkeur op de leeftijd van 6 weken toegediend Revaccinatie om de 6 maanden COLOMBOVAC PARATYPHUS Pfizer A H Bijsluiter via HMA Salmonella typhimurium Copenhagen 5 x 10exp 7 PFU dosis Adjuv carbomeer 934P vaccin voor injectie sc Posologie Primovac duif lft 6 w 1 dosis 0 2 ml 2de dosis na 3 w Revac om de 6 m OOI DOI geen info Wachttijd 0 d fles 50 dosissen 10 ml R BCFI project diergeneeskunde skip to page content links on this page site navigation footer site information BCFI vet Inhoud site Het B C F I Contact Inleiding

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NSEOOOL1BL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins tegen virale ziekten bij de hond
    hondenparvovirus NL 35 D min 10exp 7 CCID50 vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Ca lft 12 w 1 x 1 dosis Ca lft 6 12 w 2 x 1 dosis met min 14 d interval 2de dosis na lft 12 w Revac 1 dosis jaar OOI 7 d na vac DOI min 12 m fles 25 x 1 dosis R Zie Gecombineerde vaccins De Ziekte van Carré of Hondenziekte Het pathogene agens van hondenziekte Ziekte van Carré of distemper is een morbillivirus CDV De ziekte neemt verschillende klinische vormen aan dikwijls met zenuwsymptomen die dodelijk kunnen zijn Tijdens de acute fase van deze infectie kan immunodepressie optreden Vaccinatie is dus onontbeerlijk bij pups Vaccin De hondenziektevalentie komt uitsluitend voor in multivalente vaccins Het vaccin tegen hondenziekte bevat een levend verzwakt virus Bescherming Eén enkele toediening biedt een bescherming indien deze plaats heeft op de leeftijd van 12 weken of later wanneer de maternale immuniteit niet meer met de vaccinatie interfereert Opmerking Soms laat de bijsluiter van het vaccin toe de pup op nog jongere leeftijd 6 weken te vaccineren Elke vaccinatie vóór de leeftijd van 12 weken dient echter herhaald te worden na deze leeftijd Zie Gecombineerde vaccins Herpesvirus van de hond Herpesvirose is een aandoenig die frequent voor problemen zorgt zowel bij particulieren als in hondenkwekerijen en kennels Het virus wordt vrij gemakkelijk respiratoir overgedragen Vele honden zijn dan ook asymptomatisch besmet en zijn voor de rest van hun leven drager van het virus dat latent aanwezig blijft in het lichaam Het virus kan ook op venerische weg worden overgebracht Besmette dieren vertonen bijgevolg episodes van virale excreties en dit zowel nasaal als genitaal Het canine herpesvirus wordt voornamelijk geassocieerd met de hemorragische ziekte bij pups Deze systemische hemorragische en snel dodelijke aandoening treft honden jonger dan 4 weken oud De pups besmetten zich tijdens de geboorte door contact met de moeder of door contact met nestgenoten die het virus uitscheiden De geïnfecteerde pup wordt anorectisch apatisch en vertoont hypothermie opvallende slapte en zenuwsymptomen Mortaliteit treedt op binnen de 10 tot 14 dagen na de geboorte Plots optredende dood werd ook reeds vastgesteld In het algemeen wordt gans de nest aangetast zonder opvallende klinische tekens bij de moeder Foetale resorptie mummificatie abortus neonatale sterfte en geboorte van normale pups die drager zijn van het virus kunnen ook voorkomen De aanwezigheid van het virus ter hoogte van het neusslijmvlies wordt in verband gebracht met bepaalde vormen van kennelhoest Bescherming Het subunit vaccin dat in de handel is wordt dan ook gebruikt om via actieve immunisatie van drachtige teven te zorgen voor een passieve bescherming van de pups Omdat antistoffen na vaccinatie of na natuurlijke infectie snel verdwijnen wordt een hervaccinatie naar het einde van elke dracht aanbevolen EURICAN HERPES 205 Merial Bijsluiter via EMA hondenherpesvirus Ag stam F205 0 3 tot 1 75 mcg dosis 1 ml poeder en diluens voor vaccin voor injectie sc Posologie Ca drachtige teef 2 x 1 dosis 1 ml met 6 w interval 1ste dosis 7 10 d na dekking Revac zelfde schema bij elke dracht OOI DOI geen info fles 1 dosis poeder 1 ml diluens R Virale infecties geassocieerd met kennelhoest Daar kennelhoest een epidemische multifactoriële respiratoire aandoening is is het moeilijk deze aandoening te voorkomen Het honden adenovirus 2 het honden para influenzavirus CPIV en het virus van de ziekte van Carré fungeren gedeeltelijk als etiologische factoren Vaccin Er bestaan geïnactiveerde en geattenueerde vaccins Bescherming Multivalente vaccins die voor primo en hervaccinatie gebruikt worden bieden een eerste bescherming Deze kan worden verbeterd door bijkomende vaccinatie met mono of bivalente vaccins die specifieke valenties bevatten Bordetella bronchiseptica alleen of in combinatie met het hondenpara influenzavirus Het subcutane vaccin dient tweemaal toegediend te worden tijdens de primovaccinatie het intranasale vaccin slechts één keer Het intranasale vaccin kan reeds op de leeftijd van 3 weken toegediend worden wat voordelig kan zijn in een besmet milieu Het toedienen van antibiotica net voor of tot 1 week na de vaccinatie heeft een negatief effect op de werking van het vaccin waardoor de vaccinatie herhaald moet worden Intranasaal gevaccineerde dieren kunnen de Bordetella bronchiseptica vaccinstam gedurende 6 weken na vaccinatie uitscheiden en de hondenparaïnfluenza vaccinstam gedurende enkele dagen na vaccinatie Opmerking Deze vaccins worden vooral gebruikt bij honden die in groep geplaatst worden zoals in een pension of een hondenfokkerij Het is dus noodzakelijk het volledige vaccinatieprotocol uit te voeren en de nodige termijn voor het op gang brengen van de bescherming te respecteren Monovalent vaccin tegen para influenza NOBIVAC Pi Intervet Bijsluiter via HMA geatt hondenpara influenzavirus Cornell min 10 exp5 5 max 10exp7 3 TCID50 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie sc Posologie Ca Primovac lft lft min 12 w 1 dosis dier Revac 1 dosis jaarlijks OOI 4 w na vac DOI geen info fles 10 x 1 dosis 1 ml R Vaccins tegen para influenza en Bordetella bronchiceptica NOBIVAC BbPi Intervet Bijsluiter via HMA geatt Bordetella bronchiseptica B C2 min 10exp 8 en max 10 exp 9 7 CFU dosis geatt hondenpara influenzavirus Cornell min 10exp 3 en max 10exp 5 8 TCID50 dosis vaccin en diluens inas Posologie Ca lft 3 w 1 dosis dier min 3 w voor risico B bronchiseptica min 72 h voor risico Revac 1 x jaar OOI 72 h B bronchispetica 3 w CPI DOI 1 jaar fles 5 x 1 dosis R PNEUMODOG Merial Bijsluiter via FAGG geïnact Bordetella bronchiseptica min 10exp 9 kiemen ml geïnact hondenpara influenzavirus min 32 UHA ml vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Ca 2 x 1 dosis 1 ml met 2 3 w interval pups mat imm 1ste vac lft 6 w pups gn mat imm 1ste vac lft 4 w Revac Ca 1 dosis jaar vóór periode van dekking en 7 d vóór contact met groep honden kan samen met Istolept Parvodog en Trivirovax worden toegediend afzonderlijke injectieplaats OOI DOI geen info fles 10 x 1 dosis R Zie Gecombineerde vaccins Zie ook Antibacteriële vaccins Vaccinatie van

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NCAOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive



  •