archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Folia vet 2009 nr 3 (b)
    diergeneeskundig gebruik CVMP concludeerde in een advies voor de Europese Commissie EC 1 dat op grond van de beschikbare gegevens geneesmiddelen die alfa 2 adrenoreceptoragonisten xylazine detomidine medetomidine en romifidine bevatten op dit moment een potentieel risico voor de volksgezondheid inhouden en dat specifieke voorzorgsmaatregelen in de productinformatie van de desbetreffende geneesmiddelen die alfa 2 agonisten bevatten moeten worden opgenomen Dit advies werd op 30 april 2009 omgezet in een Beschikking van de Europese Commissie De voorgestelde voorzorgsmaatregelen hebben betrekking op verschillende problemen betreffende de veiligheid voor de gebruiker Ten aanzien van de gebruiker zijn sedatieve en hypotensieve effecten contact met huid en ogen en risico s voor zwangere vrouwen van belang Het advies aan artsen vermeldt de potentiële klinische effecten en voorgestelde behandeling De volgende informatie dient in de productinformatie van de betreffende middelen binnen een redelijk tijdsbestek te worden vermeld Neem in geval van accidentele orale inname of zelfinjectie onmiddellijk contact op met een arts en toon de bijsluiter maar BESTUUR GEEN VOERTUIGEN aangezien sedatie en veranderingen in de bloeddruk kunnen optreden Voorkom contact met huid ogen en slijmvliezen Was de huid onmiddellijk na blootstelling aan het middel met ruime hoeveelheden water Verwijder verontreinigde kleding die in direct contact met de huid komt Spoel de ogen met ruime hoeveelheden water wanneer het middel per ongeluk in de ogen is terechtgekomen Raadpleeg een arts als er zich symptomen voordoen Als zwangere vrouwen het middel hanteren moet bijzondere voorzichtigheid worden betracht ten aanzien van zelfinjectie aangezien na accidentele systemische blootstelling uteriene contracties en een afname in de foetale bloeddruk kunnen optreden Advies aan artsen De stof is een alfa 2 adrenoreceptoragonist die na absorptie klinische verschijnselen kan veroorzaken als dosisafhankelijke sedatie ademhalingsdepressie en coma bradycardie hypotensie een droge mond en hyperglykemie Ventriculaire ritmestoornissen zijn ook gemeld Respiratoire en hemodynamische verschijnselen

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN3b.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive


  • Droogzetters
    Vlees 10 d Melk 12 h na het kalven wanneer toegediend meer dan 60 d voor het kalven 60 d na toediening wanneer toegediend minder dan 60 d voor het kalven applic 20 x 9 g R KLOXERATE DC Pfizer A H Bijsluiter via FAGG cloxacilline benzathine 500 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Droogzetter toedienen min 7 w voor het kalven Vlees 56 d Melk 96 h droogstand 7 w of 53 d droogstand applic 24 x 4 5 g 120 x 4 5 g R ORBENIN E D C 600 mg Pfizer A H Bijsluiter via FAGG cloxacilline benzathine 600 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Droogzetter toedienen min 42 d voor het kalven Vlees 24 h Melk 36 h droogstand min 42 d of 44 d droogstand applic 24 x 3 6 g 60 x 3 6 g R Cefalosporines met overwegend GRAM spectrum Zie ook Cefalosporines CEFOVET droogzetting Merial Bijsluiter via FAGG cefazoline 250 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Vlees 21 d Melk 0 d bij droogstand van min 6 w Kortere droogstand 14 d applic 4 x 3 g R CEPRAVIN DRY COW Intervet Bijsluiter via FAGG cefalonium 250 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Vlees 0 d Melk 96 h 4 d bij droogstand van min 54 d Kortere droogstand 54 d 96 h 58 d applic 20 x 3 g R RILEXINE 500 DC Virbac Bijsluiter via FAGG cefalexine benzathine 375 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Droogzetter toedienen min 2 maanden voor het kalven Vlees 4 d Melk 0 d Kortere droogstand controleer melk op residuen applic 12 of 60 x 8 g R Cefalosporines met een breedspectrumactiviteit Zie ook Cefalosporines VIRBACTAN ex COBACTAN DC Virbac Bijsluiter via HMA cefquinome sulfaat 150 mg injector 3 g suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo tijdens de droogstand 1 injector kwart Vlees 2 d Melk 36 d na behandeling indien korte droogstand 5 w injector 3 g 6 x 4 of 15 x 4 R Rifaximin Rifaximin dat behoort tot de groep van de ansamycines bezit een werkingsmechanisme gelijkend op dat van de rifamycines Het spectrum bevat de voornaamste kiemen verantwoordelijk voor het ontstaan van mastitis zowel delende kiemen als kiemen in rust Staphylococcus aureus Streptococcus agalactiae Streptococcus dysgalactiae Streptococcus uberis en Actynomyces pyogenes FATROX Fatro Bijsluiter via FAGG rifaximin 100 mg zalf voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Droogzetter toedienen min 4 w voor het kalven Vlees 0 d Melk 0 h meer dan 4 w na droogstand 22 melkbeurten minder dan 4 w na droogstand applic 4 x 5 ml 60 x 5 ml R Associaties KLOXERATE DC PLUS Pfizer A H Bijsluiter via FAGG ampicilline trihydraat 250 mg cloxacilline benzathine 500 mg suspensie voor intramammair gebruik Posologie Bo 1 applic kwart Droogzetter Vlees 56 d Melk 216 h 9 d droogstand 45 d of 54 d droogstand applic 24

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NIMAMOL1AL2b.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccinatie tegen virale ziekten bij het paard
    EHV 1 en het EHV 4 komen enzoötisch voor in de paardenpopulatie Beide virussen vermeerderen primair in het ademhalingsstelsel Dit kan gepaard gaan met respiratoire stoornissen rhinopneumonie Voornamelijk bij EHV 1 wordt de primaire vermeerdering gevolgd door een uitgebreide celgeassocieerde viremie Het virus bevindt zich in de witte bloedcellen en verspreidt zich naar diverse doelwitorganen zoals de baarmoeder en het zenuwstelsel Dit kan resulteren in abortus neonatale sterfte en of zenuwstoornissen Vaccin Vaccin tegen rhinopneumonie Combinatievaccins influenzavirus met rhinopneumonievirus Deze geïnactiveerde vaccins mogen worden gebruikt voor paarden en pony s in alle fysiologische toestanden Bescherming De huidig beschikbare vaccins voor de controle van EHV 1 en EHV 4 zorgen vooral voor een klinische bescherming tegen het optreden van respiratoire stoornissen De bescherming tegen het optreden van abortus neonatale sterfte of zenuwstoornissen kan niet gegarandeerd worden want een viremie ten gevolge van een EHV 1 her infectie met verspreiding naar de doelwitorganen kan optreden ondanks de aanwezigheid van virus neutraliserende antistoffen De dieren kunnen gevaccineerd worden vanaf het moment dat de maternale immuniteit verdwenen is Regelmatige herhalingsvaccinaties worden aanbevolen Vaccin tegen rhinopneumonie DUVAXYN EHV 1 4 Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact paardenherpesvirus EHV 1 438 77 min 10exp 7 3 TCID50 dosis EHV 4 405 76 min 10exp 7 3 TCID50 dosis Adjuv carbopol vaccin voor injectie im Posologie Primovac Eq lft 5 6 m of 3 m bij hoog infectierisico 2 x 1 dosis 1 5 ml met 4 6 w interval Revac 1 dosis 6 m merrie op 5de 7de en 9de maand van de dracht 1 dosis OOI 3 w DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 10 x 1 dosis R Gecombineerde vaccins West Nijlvirus Het West Nilevirus is arbovirus van de familie van de Flaviviridae dat behoort tot de Japanse encephalitisserogroep De vectoren voor dit RNA virus zijn mugjes van het genus Culex Vogels vormen het reservoir voor dit virus Het virus kan vele diersoorten infecteren in het bijzonder de mens en het paard bij dewelke ziekte kan optreden met naargelang het geval milde symptomen tot dodelijke encefalitis Het virus kan met trekvogels in een nieuw gebied geïntroduceerd worden Via besmette mugjes kunnen zoogdieren en de mens geïnfecteerd worden Mensen en paarden zijn toevallige gastheren De viraemie is bij niet vogels te gering om muggen te infecteren waardoor het virus zich niet onder deze dieren kan verspreiden zgn dead end hosts Symptomen na infectie worden voornamelijk bij het paard gezien zij het slechts bij 10 van de paarden die geïnfecteerd werden Symptomen kunnen acuut of gradueel optreden Klinische tekens zijn deze van een voortschrijdende encefalomyelitis met spierzwakte incoördinatie en ataxie parese en paralyse van de achterhand en vervolgens van de vier poten die uiteindelijk kan evolueren tot een fatale encefalitis Vaccin Het vaccin bevat geïnactiveerd West Nile virus VM 2 stam afkomstig van een Amerikaans isolaat dat ook beschermt tegen wildtypes van het virus die in Europa voorkomen Bescherming Het vaccin is geïndiceerd voor de actieve immunisatie van paarden vanaf de leeftijd van 6

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NEQOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccinatie tegen bacteriele ziekten bij het paard
    zoals glycine of gamma aminoboterzuur Hierdoor worden vooral de remmende neuronen geïnhibeerd Door het blokkeren van de synapsen van deze remmende neuronen ontstaan de kenmerkende spierspasmen Vaccin Monovalent tetanusvaccin Combinatievaccins tetanus met influenza Bescherming VVaccins op basis van het geïnactiveerde exotoxine van C tetani kunnen een zeer goede bescherming induceren tegenover deze aandoening Er worden meerdere vaccinatieschema s opgegeven in de literatuur Een dier dat voor het eerst gevaccineerd wordt moet tweemaal ingespoten worden met een interval van vier tot zes weken Bij veulens afkomstig van een gevaccineerde merrie kan de maternale immuniteit interfereren met vaccinatie tot de leeftijd van ongeveer 4 5 maanden Een derde toediening van het vaccin gebeurt best zes maanden tot een jaar na de tweede toediening Daarna raadt men aan om jaarlijks tot driejaarlijks te hervaccineren Ook bij dieren met een verdachte wonde wordt hervaccinatie aangeraden Wanneer drachtige merries een rappelvaccinatie krijgen één tot drie maanden voor de verwachte partus met een vaccin waarvan de bijsluiter vermeldt dat gebruik ervan tijdens de dracht veilig is zijn hun veulens gedurende één tot vier maanden beschermd via colostrale immuniteit Bij neonatale veulens afkomstig van een niet gevaccineerde merrie kan het toedienen van antistoffen tegenover het exotoxine van C tetani aangewezen zijn zie Antisera en immunoglobulines Tetanusvaccins TETAPUR Merial Bijsluiter via FAGG gezuiverde tetanus anatoxine stam IM 1472C min 30 IE ml Adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie im Posologie lft veulen geïmm moeder 6 m lft veulens niet geïmm moeder 4 m Preventie Primovac 2 x 1 dosis 1 ml met 1 m interval Revac 1 jaar later nadien om de 3 j Na elke verdachte verwonding wordt een revac toegediend Curatieve behandeling 3 x 1 dosis im met 4 5 d interval Gelijktijdig met eerste dosis en op een andere plaats antitetanusserum im toedienen OOI 15 d na 1ste vac DOI 1 jaar na 1ste vac 3 jaar na revac Wachttijd 0 d ampul monodosis 1 ml 10 x 1 dosis R Combinatievaccins tetanus en influenza DUVAXYN IE PLUS T Eli Lilly Bijsluiter via FAGG geïnact paardeninfluenzavirus per dosis A Equi 1 Praag H7N7 15 mcg HA 1 5 ml A Equi 2 Newmarket H3N8 15 mcg HA 1 5 ml A Equi 2 Suffolk H3N8 15 mcg HA 1 5 ml tetanustoxoïd 15 Lf 1 5 ml Adjuv aluminiumhydroxide carbomeer 934 P vaccin voor injectie im Posologie Primovac Eq lft 3 m 1 dosis bij verhoogd infectierisico daarna volgend schema Eq lft 5 6 m 2 x 1 dosis met 4 6 w interval Revac 6 m na primovac vervolgens 6 m na eerste herhalingsvac daarna 1 dosis jaar OOI 2 w na vac DOI 6 m fles 10 x 1 dosis R EQUILIS PREQUENZA TE Intervet Bijsluiter via EMA gezuiverde haemagglutinine subunits paardeninfluenzavirus A equine 1 Prague 1 56 100 AE A equine 2 Newmarket 1 93 50 AE A equine 2 Newmarket 2 93 50 AE tetanus toxoïd 40 Lf Adjuv saponine cholesterol fosfatidylcholine vaccin voor injectie im Posologie Eq lft 6 m Primovac

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NEQOOOL1BL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins tegen virale aandoeningen bij het rund
    noodzakelijk voor het onder controle krijgen en de uitroeiing van IBR op het bedrijf Na de primovaccinatie moeten er om de 6 maanden herhalingsvaccinaties worden uitgevoerd tot alle dieren op het bedrijf seronegatief zijn voor het glycoproteïne gE Op dat moment is het wildvirus niet meer aanwezig op het bedrijf en kan het bedrijf evolueren naar een IBR vrije status Bijzonderheden Sinds 5 januari 2012 moet elke rundveehouder beschikken over een geldig IBR statuut I2 I3 of I4 Bedrijven die geen geldig IBR statuut kunnen voorleggen krijgen automatisch een I1 statuut toegewezen Zij mogen geen dieren meer op de weide plaatsen en hun runderen enkel rechtstreeks naar het slachthuis afvoeren Verkoop naar andere rundveehouders is niet meer toegelaten Het FAVV zal op de I1 bedrijven bijkomende controles uitvoeren Klinische IBR is aangifteplichtig Van zodra de verdenking wordt bevestigd door de onderzoeksresultaten moet het FAVV geïnformeerd worden 22 november 2006 KB betreffende de bestrijding van IBR 16 februari 2011 KB tot wijziging van het KB van 22 november 2006 betreffende de bestrijding van IBR Zie ook www dgz be of www arsia be BOVILIS IBR MARKER INAC Intervet Bijsluiter via HMA geïnact bovien herpesvirus 1 stam GK D gE 60 ELISA U voor inductie van 6 1 11 1 log2 VN E Adjuv aluminiumhydroxide aluminiumfosfaat vaccin voor injectie im Posologie Bo lft 3 m 2 x 1 dosis 2 ml met 4 w interval Revac 1 dosis om de 6 m OOI 3 w na basisvac DOI 6 m na basisvac Wachttijd 0 d fles 10 50 dosissen R i BOVILIS IBR MARKER LIVE Intervet Bijsluiter via HMA per dosis 2 ml bovien herpesvirus 1 stam GK D gE negatief 10exp 5 7 10 exp7 3 TCID50 lyofilisaat en diluens voor vaccin voor injectie lft 2 w 3 m inas lft 3 m inas im Posologie Primovac Bo lft 2 w 3 m 1 dosis dier herhalen op lft 3 4 m Bo lft 3 m 1 dosis dier Revac 1 dosis 6 m OOI Bo lft min 3 m seroneg 4 d inas vac of 14 d im vac na vac DOI Bo lft 2 w seroneg tot lft 3 4 m na revac op lft 3 4 m min 6 m OOI Bo lft 3 m inas im 3 w na vac DOI min 6 m na 1 vac Wachttijd 0 d fles 5 10 25 dosissen R i HIPRABOVIS IBR MARKER LIVE Hipra Lab Bijsluiter via EMA per dosis 2 ml lyofilisaat levend gE tk bovien herpesvirus type I BoHV 1 stam CEDDEL 10exp6 3 10exp7 3 CCID50 gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie im Posologie Bo lft 3 m startdosis 2 x 1 dosis dier met 3 w interval revac 1 dosis 6 m OOI 21 d na basisvac DOI 6 m na basisvac Wachttijd 0 d fles 5 dosissen 25 dosissen R i IBRAXION Merial Bijsluiter via EMA IBR virus gE negatief min 0 75 VN E 2 ml Adjuv lichte paraffineolie vaccin voor injectie sc Posologie Bo Primovac geen mat imm lft 2 w 2 x 1 dosis 2 ml met 21 d interval mat imm lft 3 m 2 x 1 dosis met 21 d interval Revac om de 6 m OOI 14 d DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 10 dosissen R i RISPOVAL IBR MARKER INACTIVATUM ex BAYOVAC IBR MARKER INACTIVATUM Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geïnact bovien herpesvirus type 1 Difivac gE negatief seroneutraliserende titer min 1 160 bij Bo 2 ml Adjuv aluminiumhydroxide Quil A vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Bo lft 3 m 2 x 1 dosis 2 ml met 3 5 w interval Revac Bo 1 dosis 6 m OOI vermindering abortus gedurende 2de trimester dracht 28 d na vac DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 10 dosissen 20 ml 50 dosissen 100 ml R i RISPOVAL IBR MARKER VIVUM ex BAYOVAC IBR MARKER VIVUM Pfizer A H Bijsluiter via FAGG geatt bovien herpesvirus type 1 Difivac gE negatief min 10exp 5 CCID50 max 10exp 7 CCID50 dosis 2 ml gevriesdroogd vaccin en diluens inas im Posologie Primovac Bo lft 2 w 1 dosis 2 ml inas 2de dosis na 3 5 w im Bo lft 3 m seropositief of drachtige Bo 2 x 1 dosis 2 ml met 3 5 w interval im Bo lft 3 m seronegatief 1 x 1 dosis im Revac Bo 1ste revac op 6 m lft dan om de 6 m OOI 4 w na basisvac DOI 6 m Wachttijd 0 d fles 10 dosissen 20 ml 50 dossisen 100 ml R i Vaccins tegen virale diarree bij runderen Boviene virale diarree mucosal disease BVD MD Neonatale boviene diarree Zie ook Ander vaccin tegen E coli Antisera en Immunoglobulines Vaccin tegen boviene virale diarree mucosal disease BVD MD Postnatale infectie met het BVD virus kan leiden tot virale diarree hemorragisch syndroom of kan een rol spelen in multifactoriële pathologieën van het ademhalings of spijsverteringsstelsel De besmetting in utero leidt tot embryonale sterfte abortus congenitale afwijkingen of tot de geboorte van immunotolerante dieren met een persisterende infectie Deze dieren excreteren het virus en zijn bijgevolg een bron voor de circulatie van het virus op het bedrijf Wanneer deze dieren nog eens een infectie ondergaan met een cytopathogene stam met dezelfde antigene eigenschappen als de stam waarvan ze reeds drager zijn zal dit leiden tot het ontstaan van de fatale mucosal disease Vaccin Monovalente vaccins Gecombineerde vaccins De gebruikte virussen in het vaccin moeten kunnen leiden tot de opbouw van een beschermende immuniteit bij het gevaccineerde dier tegen een breed spectrum aan virale stammen met een variabele antigeniciteit Het voorkomen van het genotype II van het BVD virus in België en van voornamelijk het genotype I in andere Europese landen leidt noodgedwongen tot het gebruik van vaccins die bescherming bieden tegen beide soorten van het BVD virus Bescherming De vaccinatie dient te worden aangepast naargelang het type infectie Voor bescherming tegen postnatale infecties met voornamelijk respiratoire aandoeningen worden de jonge

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NRUOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccins tegen bacteriele ziekten bij ruminantia (Bo en Ov)
    runderen tegen onder andere enterotoxemie is onderhevig aan discussie door een gebrek aan gegevens in verband met de etiologie en pathogenese van deze aandoening bij het rund Aangezien er geen kruisbescherming is tussen de verschillende types botulisme neurotoxinen BotNT zal het vaccin enkel beschermen tegen intoxicaties met BotNT C en D In Vlaanderen komt het type D bij intoxicaties veruit het meeste voor maar ook types B en C kunnen runderen aantasten Men moet rekening houden met mogelijke vaccinatiedoorbraken vooral bij jonge dieren die plots blootgesteld worden aan hoge hoeveelheden toxines Bijgevolg moeten ook de nodige preventieve maatregelen genomen worden om het risico op contact met BotNT te verminderen voorbeelden hiervan zijn het vermijden van de contaminatie van het voeder met kadavers en weiden waarop runderen grazen of die gebruikt worden voor ruwvoederwinning niet te bemesten met kippenmest zie ook Dierengezondheidszorg Risicochecklijst botulisme Opmerking Het beschikbare botulismevaccin werd oorspronkelijk toegelaten in gebieden waar botulisme endemisch voorkomt Dit verklaart de langere periodes tussen twee hervaccinaties In België wordt een jaarlijkse hervaccinatie voorgeschreven BRAVOXIN 10 Intervet Bijsluiter via FAGG per ml C perfringens type A a toxoïd min 0 5 E C perfringens type B C b toxoïd min 18 2 IE C perfringens type D e toxoïd min 5 3 IE C chauvoei volledige geïnactiveerde cultuur min 90 bescherming C novyi toxoïd min 3 8 IE C septicum toxoïd min 4 6 IE C tetani toxoïd min 4 9 IE C sordellii toxoïd min 4 4 E C haemolyticum toxoïd min 17 4 E Adjuv kaliumaluminiumsulfaat vaccin voor injectie sc Posologie Bo lft 2 w 1 dosis 2 ml Ov lft 2 w 1 dosis 1 ml Primovac 2 x 1 dosis dier 4 6 w interval Revac 1 dosis 6 12 m OOI 2 w na primovac DOI actieve imm Bo C tetani C perfringens type D 12 m C perfringens type A B C max 12 m C novyi type B C septicum C sordellii C haemolyticum C chauvoei max 6 m Ov C perfringens type A B C en D C novyi type B C sordellii C tetani 12 m C septicum C haemolyticum C chauvoei max 6 m DOI passieve imm kalf C sordellii en C haemolyticum min 2 w C septicum en C chauvoei min 8 w C perfringens type A C perfringens type B C perfringens type C C perfringens type D C novyi type B en C tetani min 12 w lam C septicum en C chauvoei min 2 w C perfringens type B en C perfringens type C min 8 w C perfringens type A C perfringens type D C novyi type B C tetani en C sordellii min 12 w geen passieve imm tegen C haemolyticum Vlees 0 d fles 50 ml R COVEXIN 10 Pfizer A H Bijsluiter via FAGG C perfringens type A toxoïd min 0 5 E C perfringens type B C toxoïd min 18 2 IE C perfringens type D toxoïd min 5 3 IE C chauvoei geïnact cultuur C novyi toxoïd min 3 8 IE C septicum toxoïd min 4 6 IE C tetani toxoïd min 4 9 IE C sordellii toxoïd min 4 4 E C haemolyticum toxoïd min 17 4 E Adjuv aluin vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Ov lft min 2 w 2 x 1 dosis 1 ml met 4 6 w interval Bo lft min 2 w 2 x 1 dosis 2 ml met 4 6 w interval Revac 1 dosis om de 6 12 m Voor passieve bescherming kalf lam herhalingsvac uitvoeren 8 2 w voor de partus bij moederdier met basisvac uitgevoerd voor dracht OOI 2 w na primovac DOI Ov C perfringens type A B C en D C novyi type B C sordellii C tetani 12 m C septicum C haemolyticum C chauvoei max 6 m Bo C tetani C perfringens type D 12 m C perfringens type A B en C max 12 m C novyi type B C septicum C sordellii C haemolyticum C chauvoei max 6 m Wachttijd 0 d fles 50 ml R MILOXAN Merial Bijsluiter via FAGG Clostridium antitoxines 2 ml C perfringens B C D voor min 10 IE beta antitoxine C perfringens B C D voor min 5 IE epsilon antitoxine C septicum voor min 2 5 IE ml serumantitoxine C novyi voor min 3 5 IE ml serumantitoxine C tetani voor min 2 5 IE ml serumantitoxine C sordellii 90 bescherming C chauvoei 90 bescherming Adjuv aluminiumhydroxide vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Bo 4 ml dosis jonge Bo Ov 2 ml dosis 2 x 1 vac met 4 w interval jonge dieren mat imm lft 8 w jonge dieren gn mat imm lft 2 w Revac 1 dosis jaar drachtige Bo en Ov 2de vac of revac 1 2 w voor het werpen OOI 1 2 w na primovac DOI geen info passieve imm tot lft 2 w Wachttijd 0 d fles 50 ml R ULTRAVAC BOTULINUM Pfizer A H Bijsluiter via FAGG Clostridium botulinum type C toxoïd min 5 IE ml type D toxoïd min 1 IE ml vaccin voor injectie sc Posologie Primovac Bo 2 5 ml Ov 1 ml Revac 1 dosis jaar OOI 4 w na 1ste vac DOI geen info Wachttijd 0 d fles 250 ml Bo 100 dosissen Ov 250 dosissen R i Vaccin tegen rotkreupel Rotkreupel wordt veroorzaakt door twee anaerobe kiemen Fusobacterium necrophorum en Dichelobacter nodosus die voornamelijk bij warm en vochtig weer leiden tot infectie met aantasting van de subcutis ter hoogte van de klauwen en de tussenklauwstreek Langdurige stalstand op een vochtige bodem kan eveneens leiden tot deze aandoening Vaccin Geïnactiveerd vaccin met Bacteroïdes nodosus Bescherming Na de basisvaccinatie die uit twee inentingen bestaat zal de vaccinatie afhankelijk van de infectiedruk en de weersomstandigheden halfjaarlijks tot minimum één maal per jaar herhaald worden Afhankelijk van de ergheid van de symptomen kan vaccinatie eveneens het herstel van aangetaste dieren bevorderen Bijzonderheden Het handhaven van een goede klauwverzorging eventueel gecombineerd met

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NRUOOOL1BL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Antiparasitaire vaccins voor ruminantia
    van de huid of de mucosae nestelen waardoor de ontwikkeling van effectieve en veilige vaccins te kampen heeft met heel wat obstakels Ten laatste zal de productie van een voldoende hoeveelheid van een welbepaalde fractie antigenen tegen een competitieve prijs bemoeilijkt worden door de problemen die verbonden zijn met het in stand houden van grote hoeveelheden van de parasiet in vitro Vaccin tegen longworm bij het rund Dictyocaulus viviparus De cyclus van Dictyocaulus viviparus is direct en bestaat uit een exogene fase die plaats heeft op de weide en een endogene fase vanaf L3 waarbij de wormlarven vanuit de ingewanden migreren naar de trachea en de grote bronchen volwassen stadium De immuunrespons is voornamelijk gericht tegen L4 in de alveoli van de long De ziekte breekt uit bij dieren die geen immuniteit bezitten en die in korte tijd met een grote hoeveelheid van deze parasiet worden geïnfesteerd Dit zijn dus voornamelijk de kalveren tijdens hun eerste of tweede weideseizoen De epidemiologie van deze aandoening is echter tijdens de laatste jaren dusdanig geëvolueerd dat ernstige uitbraken met dodelijke afloop eveneens kunnen worden gezien bij volwassen dieren Over het algemeen is dit te wijten aan een overmatige bescherming door anthelmintica tijdens de eerste twee levensjaren van het dier of door de introductie van een dier op het bedrijf dat ofwel geen weidegang heeft gekend of dat afkomstig is uit een streek waar de ziekte niet bestaat Vaccin Dit vaccin heeft slechts één indicatie namelijk het voorkomen van infestaties met Dictyocaulus viviparus en daardoor het voorkomen van vermineuze bronchitis bij het rund Het vaccin tegen longworm is een geattenueerd vaccin verkregen door irradiatie van L3 larven die in vivo werden geproduceerd bij experimenteel geïnfesteerde kalveren Door de attenuatie en het relatief klein aantal larven dat wordt toegediend 1000 L3 per dosis kan het dier worden blootgesteld aan de gehele parasitaire cyclus gaande van de dunne darm tot de respiratoire cyclus zodat het immuunstelsel in contact komt met vervellings en oppervlakte enzymen van L4 De larven worden bewaard in steriel en gedestilleerd water Eén dosis 25 ml bevat 1000 larven van Dictyocaulus viviparus De geattenueerde larven kunnen bij het gevaccineerde dier de volledige endogene cyclus doorlopen en leiden bijgevolg tot de uitscheiding van L1 larven in de mest van het dier Deze bron van infestatie is noodzakelijk om bij de gevaccineerde dieren een volledige immuniteit te ontwikkelen omdat die later tijdens het weiden kleine infestaties zal veroorzaken Bescherming Het vaccin wordt in principe toegediend aan kalveren vóór hun eerste weideseizoen Door de uitscheiding van L1 larven door de gevaccineerde kalveren dienen alle dieren te worden gevaccineerd vooraleer ze op de weide worden gebracht Op zes en op twee weken voor het uitweiden krijgen de dieren een dosis met 1000 larven per os toegediend Het is noodzakelijk dat de dieren gedurende al deze tijd op stal worden gehouden Na de vaccinatie dienen ze op de weide te worden geplaatst zoniet zal de immuniteit afnemen en uiteindelijk verdwijnen na ongeveer 100 dagen Bijzonderheden Slechte resultaten na

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NRUOOOL1DL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Vaccinatie tegen virale ziekten bij het varken
    respiratoir syndroom PRRS Dit syndroom wordt veroorzaakt door een relatief recent ontdekt virus het PRRS virus dat zowel bij reproductiestoornissen als bij ademhalingsstoornissen betrokken kan zijn Deze aandoening werd in de 2de helft van de tachtiger jaren beschreven in de USA en komt sinds 1990 voor in Europa Het PRRS virus werd eerst in Europa geïsoleerd en heeft zich snel over het Europese vasteland en over gans de wereld verspreid Het komt nu algemeen verspreid voor in de varkensstapel Vaccin Vaccins werden ontwikkeld zowel levende als geïnactiveerde voor gebruik bij zeugen en bij biggen Bescherming Geïnactiveerde vaccins zijn uitsluitend ontwikkeld voor vaccinatie van zeugen Vaccinatie van vleesbiggen is bestemd voor de bestrijding van ademhalingssymptomen vaccinatie van zeugen dient om reproductiestoornissen te voorkomen Van het virus bestaan antigene varianten Zo vertoont de Amerikaanse PRRSV stam genetische en antigenische verschillen in vergelijking met de Europese stam Vaccinstammen induceren een betere immuniteit tegenover de homologe dan tegenover de heterologe veldstam maar toch geven heterologische situaties ook kruisimmuniteit Bijzonderheden Sommige levende vaccins vermeerderen langdurig in de longen van gevaccineerde biggen en daarom bestaat er discussie in verband met veiligheid Sommige levende vaccinstammen kunnen ook een transplacentaire infectie teweegbrengen en daarom bestaat er gevaar bij vaccinatie van drachtige zeugen die voordien niet met het PRRSV in contact gekomen zijn Niet zelden worden levende vaccins gebruikt als geplande infectie met een verzwakt virus om de populatie immuniteit te induceren op voldoende vroege leeftijd biggen op 3 4 weken leeftijd en of te homogeniseren zeugen buiten de dracht Levende vaccins INGELVAC PRRS Modified Live Virus Boehringer Ingelheim Bijsluiter via FAGG geatt PRRS virus min 10exp 4 9 CCID50 2 ml gevriesdroogd vaccin en diluens voor injectie im Posologie Su big lft 3 w 1 x 1 dosis van 2 ml zeug gelt 1 dosis 2 ml 3 4 w voor de volgende dekking Revac telkens na het werpen 3 4 w voor de volgende dekking OOI big 7 d na vac 43 d heterologe stammen 43 d na vac zeug en gelt 40 d na vac DOI big min 110 d zeug en gelt min 154 d Wachttijd 0 d fles 1 x 10 dosissen 1 x 20 ml diluens 1 x 50 dossisen 1 x 100 ml diluens R i PORCILIS PRRS Intervet Bijsluiter via HMA geatt PRRS virus DV min 10exp 4 TCID50 dosis 2 ml Adjuv diluens dl alfa tocopherol acetaat gevriesdroogd vaccin en diluens voor suspensie voor injectie im iderm Posologie Su lft 2 w 1 dosis dier im 2 ml iderm 0 2 ml Revac fokvarken gelt 2 4 w voor dekking zeug voor elke volgende dracht of met 4 m tussentijd drachtige zeugen enkel na contact met Europees PRSS virus OOI 28 d na vac DOI min 24 w Wachttijd 0 d fles gevriesdroogd vaccin 10 50 100 dosissen vaccin en 20 100 200 ml diluens R i Geïnactiveerde vaccins INGELVAC PRRS KV Boehringer Ingelheim Bijsluiter via HMA geïnact PRRS virus P120 min 2 5 log 10 IF U 2 ml

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NSUOOOL1AL2o.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive



  •