archive-be.com » BE » C » CBIP-VET.BE

Total: 577

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Pyriprole
    de GABA receptoren waardoor het pre en postsynaptische transport van chloorionen doorheen de celmembraan verhinderd wordt Dit resulteert in een ongecontroleerde activiteit van het centrale zenuwstelsel en de dood van de insecten en teken De werking gebeurt voornamelijk na opname van de actieve stof door de parasiet Pyriprole doodt vlooien binnen 24 uur en teken binnen 48 uur na blootstelling aan het product Na de behandeling zullen teken binnen 24 tot 48 uur de gastheer loslaten Een enkele teek kan echter op het dier achterblijven waardoor de overdracht van infectieuze ziekten door teken niet volledig kan worden uitgesloten Het diergeneesmiddel is zowel tegen vlooien als tegen teken gedurende 4 weken werkzaam Farmacokinetiek Pyriprole wordt binnen één dag na plaatselijke toediening verspreidt in de vacht van de hond Pyriprole wordt daarna ter hoogte van de talgklieren gestockeerd en geleidelijk vrijgesteld Een deel van het product wordt geresorbeerd in de lever gemetaboliseerd en met de faeces uitgescheiden Contra indicaties Niet toedienen aan honden jonger dan 8 weken of met een lichaamsgewicht kleiner dan 2 kg Niet toedienen aan zieke of herstellende dieren Niet toedienen aan katten of konijnen Bijwerkingen Lokaal kan verkleuring van de vacht haaruitval of jeuk optreden Speekselen kan optreden wanneer het dier zichzelf of andere dieren likt op de behandelde plaats onmiddellijk na de behandeling Interacties Geen bekend Voortplanting en lactatie De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet vastgesteld gedurende dracht en lactatie of bij fokdieren Studies bij laboratoriumdieren toonden geen effecten op de voortplanting en foetale ontwikkeling aan Alleen gebruiken na een risico baten analyse Pyriprole PRAC TIC 137 5 mg spot on opl kleine honden Novartis Bijsluiter via EMA pyriprole 125 mg ml oplossing voor cutaan gebruik Posologie Ca lft 8 w LG 2 kg 12 5 mg kg LG vlo teek 4 w pipet 1 1

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAPOOOL1GL2j.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Amitraz
    Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Amitraz Specialiteiten met Amitraz Zie ook Combinaties Andere geneesmiddelen voor lokaal gebruik met substanties actief tegen ectoparasieten Indicaties Amitraz is effectief tegen luizen teken vlooien bijtluizen en schurftmijten Farmacodynamie Amitraz is een insecticide uit de familie van de formamidines Het is een agonist van de octopaminereceptoren van de exitatorische synapsen ter hoogte van het centraal zenuwstelsel van het insect Deze stof inhibeert het mono amino oxidase MAO maar bezit vooral alfa 2 adrenerge eigenschappen bij zoogdieren Farmacokinetiek Amitraz bezit een oppervlaktewerking De transcutane absorptie is langzaam en onvolledig maar kan aanleiding geven tot interacties met andere substanties met een gelijkaardig werkingsmechanisme en vereist een wachttijd bij nutsdieren Bij orale toediening wordt amitraz geresorbeerd en gemetaboliseerd tot 4 amino 3 methylbenzoïde vooraleer het via de urine wordt uitgescheiden Contra indicaties Amitraz is tegenaangewezen bij katten en paarden bij bepaalde hondenrassen chihuahuas alsook bij sommige fysiologische en pathologische toestanden waarin de gastheer zich bevindt dracht lactatie jonge dieren verzwakte dieren Bijwerkingen Wanneer amitraz op een adequate wijze wordt gebruikt veroorzaakt het nagenoeg nooit nevenwerkingen Toch kan in uitzonderlijke gevallen somnolentie braken hypothermie hypotensie en bradycardie optreden ten gevolge van de alfa 2 adrenerge werking Bij ernstige overdoseringen kunnen alfa 2 adrenerge antagonisten worden gebruikt Het gebruik bij dieren die aan het zonlicht worden blootgesteld is eveneens af te raden Interacties Wegens versterking van de toxische werking is het gelijktijdige gebruik van amitraz met andere alfa 2 agonisten af te raden Het gebruik samen met andere MAO remmers bijvoorbeeld selegilline of met antidepressiva zoals clomipramine wordt afgeraden Voorzorgen bij het gebruik Voorzichtig gebruik bij diabetespatiënten omdat de alfa 2 adrenergische werking kan leiden tot verhoogde plasmaglucoseconcentraties Voortplanting en lactatie Volgens de bijsluiters kan het amitraz toegediend

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAPOOOL1GL2f.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Metaflumizon
    Middelen bij epilepsie Antidoot Geneesmiddelen voor de huid Uitwendig gebruik Cutaan gebruik Gebruik in het oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Metaflumizon Specialiteiten met Metaflumizon Zie ook Combinaties voor de specialiteit voor honden Andere geneesmiddelen voor lokaal gebruik met substanties actief tegen ectoparasieten Indicaties Behandeling en preventie van vlooieninfestaties Ctenocephalides canis en C felis in katten en honden voor de specialiteit voor honden zie Combinaties en als onderdeel van de behandeling van vlooienallergiedermatitis Het diergeneesmiddel beschermt tot 6 weken tegen vlooien na één enkele toediening afhankelijk van de infectiedruk Farmacodynamie Metaflumizon een semicarbazon insecticide pyrazolinederivaat is een natriumkanaal antagonist en verstoort de zenuwfunctie met paralyse en sterfte van insecten tot gevolg De insecticide werking ontstaat voornamelijk na ingestie van de stof door de parasiet Maximale werkzaamheid wordt binnen 48 uur bereikt Farmacokinetiek Metaflumizon wordt na topicale toediening snel verspreid over het huidoppervlak Maximale concentraties in het haar werden over het algemeen binnen 1 tot 2 dagen na behandeling bereikt De concentratie in de haren blijft hoog tot minstens 42 dagen na behandeling Contra indicaties Dieren jonger dan 8 weken Gebruik bij zieke of verzwakte dieren dient te gebeuren na afwegen van risico s en baten Bijwerkingen Metaflumizon bezit een geringe zoogdiertoxiciteit Overmatig speekselen kan voorkomen na het likken van de plaats van toediening Interacties Geen bekend Voorzorgen bij het gebruik Mensen dienen contact van het product met de huid de mond of de ogen te vermijden Voortplanting en lactatie De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie Onderzoek met metaflumizon bij ratten en of konijnen heeft geen bewijs geleverd voor teratogene foetotoxische of maternotoxische effecten Alleen gebruiken na een risico baten analyse Door de aanwezigheid van

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAPOOOL1GL2i.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Indoxacarb
    werking kan uitoefenen De indoxacarbmetaboliet is werkzaam tegen de volwassen larvale en eistadia van insecten Bij vlooien heeft indoxacarb een dodend effect op de volwassen vlooien en vertoont ook een werking tegen larvale stadia aanwezig in de directe omgeving van een behandeld dier Indoxacarb wordt door het insect voornamelijk opgenomen door ingestie In de darm van gevoelige insectensoorten wordt het enzymatisch omgezet tot de biologisch actieve vorm De gebioactiveerde metaboliet blokkeert de natriumkanalen in het zenuwstelsel van het insect Dit leidt binnen 0 tot 4 h na behandeling tot een voedingsstilstand van de insecten beëindiging van de ovipositie verlamming en dood binnen 4 tot 48 h Farmacokinetiek Na een enkelvoudige spot ontoediening van het product kan indoxacarb nog 4 weken na behandeling gedetecteerd worden in zowel huid als haar Absorptie door de huid treedt op maar deze is niet relevant voor de klinische werkzaamheid De geabsorbeerde indoxacarb wordt uitgebreid gemetaboliseerd in de lever in verschillende metabolieten De uitscheiding gebeurt hoofdzakelijk via de faeces Contra indicaties Geen bekend Bijwerkingen Een korte periode van speekselen kan voorkomen als het dier direct na de behandeling ter hoogte van de toedieningplaats likt Tijdelijk krabben of haaruitval op de plaats van toediening kan voorkomen Interacties Geen bekend Voorzorgen bij het gebruik Risico s voor de mens De veiligheid van het product is niet aangetoond bij honden en katten jonger dan 8 weken of bij honden lichter dan 1 5 kg en bij katten lichter dan 0 6 kg Voorkom dat behandelde dieren zich of elkaar kunnen likken ter hoogte van de behandelingsplaats Voortplanting en lactatie Niet gebruiken bij drachtige of lacterende dieren of bij fokdieren Indoxacarb ACTIVYL 100 mg spot on opl kleine katten Intervet Bijsluiter via EMA indoxacarb 99 45 mg oplossing voor cutaan gebruik Posologie Fe lft 8 w LG 0 6kg en

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAPOOOL1GL2k.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Combinaties
    weken en tegen muggen 2 a 4 weken naargelang de muggensoort ADVANTIX 100 500 spot on opl hond Bayer Bijsluiter via HMA imidacloprid 100 mg 1 ml pipet permethrine 500 mg 1 ml pipet oplossing voor cutaan gebruik Posologie Ca 4 kg 7 w 1 ml pipet 4 x 1 ml 6 x 1 ml ADVANTIX 250 1250 spot on opl hond Bayer Bijsluiter via HMA imidacloprid 250 mg 2 5 ml pipet permethrine 1250 mg 2 5 ml pipet oplossing voor cutaan gebruik Posologie Ca 10 kg 7 w 2 5 ml pipet 4 x 2 5 ml 6 x 2 5 ml ADVANTIX 40 200 spot on opl hond Bayer Bijsluiter via HMA imidacloprid 40 mg 0 4 ml pipet permethrine 200 mg 0 4 ml pipet oplossing voor cutaan gebruik Posologie Ca 1 5 kg 7 w 0 4 ml pipet 4 x 0 4 ml 6 x 0 4 ml ADVANTIX 400 2000 spot on opl hond Bayer Bijsluiter via HMA imidacloprid 400 mg 4 ml pipet permethrine 2000 mg 4 ml pipet oplossing voor cutaan gebruik Posologie Ca 25 kg 7 w 4 ml pipet 4 x 4 ml 6 x 4 ml Fipronil S methopren Indicaties In dit middel wordt fipronil een adulticide gecombineerd met de groei inhibitor S methopreen dat een ovicide en larvicide werking bezit Deze combinatie kan zowel bij de hond als bij de kat worden gebruikt voor de behandeling van infestaties met vlooien teken en luizen Bij de hond verhindert deze specialiteit nieuwe vlooieninfestaties en de ontwikkeling van de immature vormen gedurende 8 weken Bij de kat beschermt het product 4 weken tegen nieuwe vlooieninfestaties en blijft het 6 weken effectief tegen de immature vormen De eliminatie van teken persisteert tot 4 weken bij de hond en tot 2 weken bij de kat Farmacodynamie S methopreen is een insectgroeimodulator juveniel hormoon analoog Het onderbreekt de ontwikkeling naar het volwassen stadium van de vlo Farmacokinetiek Beide stoffen verdelen zich snel over het huidoppervlak De systemische absorptie is zeer laag Contra indicaties Niet toedienen aan dieren jonger dan 8 weken of aan kittens die minder dan 1 kg wegen of aan pups die minder dan 2 kg wegen Bijwerkingen Oplikken van het product kan voorbijgaand overmatig speekselen veroorzaken Andere bijwerkingen zijn zeldzaam Interacties Geen bekend Voorzorgen bij het gebruik S methopreen is toxisch voor waterorganismen invertebraten en vertebraten Voortplanting en lactatie Onderstaande specialiteit mag toegediend worden tijdens dracht of lactatie FRONTLINE COMBO spot on hond L Merial Bijsluiter via HMA S methopreen 241 2 mg fipronil 268 mg oplossing voor uitwendig gebruik Posologie Ca lft 8 w 20 kg pipet 3 x 2 68 ml R FRONTLINE COMBO spot on hond M Merial Bijsluiter via HMA S methopreen 120 6 mg fipronil 134 mg oplossing voor uitwendig gebruik Posologie Ca lft 8 w 10 kg pipet 3 x 1 34 ml R FRONTLINE COMBO spot on hond S Merial Bijsluiter via HMA S methopreen 60 3 mg fipronil 67 mg oplossing voor

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NAPOOOL1GL2g.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2010 nr 3 (e)
    behandeld Met deze dieren werd zowel tijdens de oestrus in de lente als tijdens deze in de zomer gepaard De 25 dieren die willekeurig over de 5 groepen verdeeld werden werden 2 maal per dag onderzocht op tekens van oestrus en aan de hand van een fecaal uitgescheiden progesteronmetaboliet P4 met werd de ovariumactiviteit nagegaan Dit laatste onderzoek werd 2 maal per week uitgevoerd Hogere P4 metspiegels 500 ng g werden beschouwd als bewijs voor luteale activiteit Van zo gauw de dieren na de behandeling tekens van oestrus vertoonden met uitzondering van de oestrus die optrad kort na het toedienen van het implantaat werden de dieren gepaard In dit onderzoek werd door de behandeling met langwerkende gestagenen de ovariële activiteit met 3 tot 5 maanden uitgesteld 94 18 dagen met MPA en 99 40 dagen met proligeston De dieren vertoonden dus pas tijdens de zomer een eerste oestrus In het onderzoek werden de dieren relatief vroeg midden februari d w z geruime tijd vooraleer het voortplantingsseizoen begint maart april behandeld Wanneer de behandeling iets later zou worden uitgevoerd einde maart zou volgens de onderzoekers voorkomen kunnen worden dat de dieren tijdens het volgende voortplantingsseizoen in oestrus komen Dit geldt in eerste instantie voor fretten die buiten worden gehouden en blootgesteld worden aan natuurlijk daglicht Het is met dit onderzoek niet nagegaan in hoeverre de resultaten ook gelden voor fretten die aan langere kunstmatige lichtperiodes blootgesteld worden Dieren die met hCG werden behandeld vertoonden 53 dagen 9 na behandeling opnieuw oestrustekens Deze behandeling die ook gebruikt kan worden voor de preventie van hyperoestrogenisme bij dieren die langdurig in oestrus zijn blijkt dus minder toepasbaar te zijn voor de preventie van oestrus gedurende een langere tijd Het hCG veroorzaakt dan ook een luteolyse van de rijpe folikkels zonder de folikkelgroei zelf te verhinderen De behandeling met het desloreline implant resulteerde in de langste periode waarin oestrus kon worden uitgesteld gemiddeld 23 4 maanden Wanneer deze behandeling tijdens de lente wordt uitgevoerd zou dit gedurende twee opeenvolgende voortplantingsseizoenen de oestrus kunnen verhinderen De fertiliteit van de dieren tijdens de eerste oestrus die na de behandeling met progestagenen of hCG optrad was niet verschillend van deze bij niet behandelde dieren wanneer vergeleken wordt met de fertiliteit tijdens de zomeroestrus dus de oestrus na de eerste dracht of schijndracht van de controledieren Dieren uit de GnRH groep waren niet fertiel tijdens de eerste oestrus na behandeling maar vertoonden tijdens een volgende oestrus een normale fertiliteit Behandeling met beide gestagenen leidde telkens bij één dier uit de groep tot een progressieve alopecie Het dier uit de MPA groep was ernstiger aangetast en had ook een slechtere algemene conditie De dracht van dit dier mondde uit in een abortus die gepaard ging met een purulente vaginale uitvloei en koorts Proligeston bleek in dit onderzoek een veiliger progestageen te zijn Deze stof is trouwens in het Verenigd Koninkrijk in de handel voor de preventie van hyperoestrogenisme bij fretten 5 Dieren uit de GnRH groep vertoonden een lichte alopecie

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/10FVN3e.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Iatrogene Cushing
    Ademhalingsstelsel Cardiovasculair stelsel Hartinsufficiëncie Perifere en cerebrale vasodilatoren Diuretica Beta blokkers Urogenitaal stelsel Centraal en perifeer zenuwstelsel Algemene injecteerbare anaesthetica Inhalatieanaesthetica Euthanasie Lokale anaesthetica Neuroleptica Benzodiazepines Myorelaxerende stoffen Alfa 2 adrenergica Antidepressiva Middelen bij epilepsie Antidoot Geneesmiddelen voor de huid Uitwendig gebruik Cutaan gebruik Gebruik in het oog Gebruik in het oor Intra uterien Intramammair Immunologie Vaccins Rabiësvaccins Antisera en immunoglobines Immunomodulatoren Immunocastratie Antitumorale Middelen Zoek tekst Zoek specialiteit Wachttijden MRL Cascadesysteem Bijsluiters Iatrogene Cushing Terug naar Glucocorticoïden De volgende symptomen kunnen voorkomen Natriumretentie Deze kan worden vermeden door stoffen te gebruiken met een geringer mineralocorticoïde werking Spierzwakte en hartritmestoornissen veroorzaakt door hypokaliemie Hyperglycemie Glucocorticoïden kunnen een diabetes mellitus verergeren of veroorzaken Katabool effect spieratrofie Redistributie van vetten Polyurie polydypsie polyphagie Osteoporose spontane fracturen Verzwakking van ligamenten en pezen Cornea ulcera Immunosuppressie en veranderingen in het bloedbeeld Naast een verminderde resistentie tegen infectieuze agentia kan er eveneens een reactivatie van bepaalde virale pathologieën ontstaan Euforie Maagulcera synergistisch effect met niet steroïdale ontstekingsremmers Glaucoom Verwerpen Arteriële kraakbeenerosies Inhibitie van hypothalamus hypofyse bijnier as Bij het beëindigen van de therapie of bij intense stress bijvoorbeeld naar aanleiding van een chirurgische ingreep trauma of infecties kan er een bijnierschorsinsufficiëntie ontstaan Deze kan worden voorkomen door een geleidelijke afbouw van de dosis bij het beëindigen van de therapie Het gebruik van depotpreparaten kan in dit opzicht een probleem zijn gezien hun variabele kinetiek Vertraagde littekenvorming Huidatrofie Het gebruik van krachtige preparaten voor lokaal gebruik vormt hier een bijzonder risico Uit deze lijst van nevenwerkingen zijn een aantal contra indicaties af te leiden Er zijn diverse criteria belangrijk om de keuze van de in te stellen therapie te bepalen Een eerste criterium is de galenische vorm Bij de parenteraal toe te dienen vormen onderscheiden we de suspensies en oplossingen in microkristallijne vorm De oplossingen kunnen

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/texts/NGCOOOL1AL2a.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive

  • Folia vet 2009 nr 3 (a)
    ACEinhibitoren ter discussie te staan De vraag is of een therapie met een inodilator zij het al of niet in combinatie met ACE inhibitoren tot betere resultaten leidt dan de conventionele therapie van diuretica en ACE inhibitoren In dit verband zijn de resultaten van de QUEST studie zeer interessant Deze studie vergeleek pimobendan conventionele therapie met de ACE inhibitor benazepril conventionele therapie Quest studie In de Journal of Veterinary Internal Medicine 1 verschenen onlangs de resultaten van de zogenaamde QUEST studie Quality of Life and Extension of Survival Time In een multicenter positief gecontroleerd enkelblind 2 prospectief onderzoek werd een vergelijking gemaakt tussen het additief effect van benazepril 0 25 1 00 mg kg pd en pimobendan 0 4 0 6 mg kg pd op de conventionele behandeling van honden met klinische symptomen van hartinsufficiëntie te wijten aan mitralisklepdegeneratie MKD Aan de studie werkten 28 centra verdeeld over 11 verschillende landen mee In deze studie die over een periode van 3 jaar liep werden 260 honden lft 5 jaar LG tussen 5 en 20 kg opgenomen met MKD waarbij duidelijk de diagnose kon worden gesteld van hartinsufficiëntie EKG echocardiografie matige tot erge vergroting van linker atrium en ventrikel en klinische symptomen die wijzen op hartinsufficiëntie De honden werden at random verdeeld over twee groepen en werden behandeld met furosemide en eventueel digoxine in combinatie met respectievelijk pimobendan 0 4 0 6 mg kg pd verdeeld over 2 giften en gemiddeld 0 47 mg kg pd en benazepril 0 25 0 1 mg kg pd en gemiddeld 0 38 mg kg pd De verdeling van meerdere variabelen signalement duur klinische symptomen en behandeling voor de start onderzoek behandeling tijdens het onderzoek factoren i v m levenskwaliteit respiratoire factoren algemeen klinisch onderzoek EKG en thoraxradiografie bloedanalyse was op één variabele na diameter linkerventrikel tijdens systole in beide groepen dezelfde Het primair eindpunt was een gecombineerd eindpunt sterfte of euthanasie door hartinsufficiëntie of falen van de behandeling In beide studiegroepen werd de overlevingsduur gemeten als de duur van het interval tussen de start van de behandeling en het primair eindpunt Op het einde van de studie hadden 190 van de 252 honden 3 75 het primair eindpunt bereikt Het aantal dieren dat het eindpunt bereikte was in beide groepen vergelijkbaar Voor alle honden samen bedroeg de overlevingsduur 188 dagen IQR 4 87 470dagen In de pimobendangroep bleek de overlevingsduur 267 dagen IQR 122 523 dagen significant p 0 0099 groter te zijn dan in de benazeprilgroep 140 dagen IQR 67 311 Volgens de auteurs is deze studie een krachtig bewijs dat de behandeling van MKD bij honden behorend tot kleine tot middelgrote rassen met een lichaamsgewicht tussen 5 en 20 kg met pimobendan in combinatie met de conventionele therapie diureticum met eventueel digoxine de levensduur gunstiger beïnvloedt dan de conventionele therapie gecombineerd met benazepril Deze wetenschappelijk goed onderbouwde studie toont duidelijk aan dat pimobendan te verkiezen is boven benazepril en waarschijnlijk in het algemeen boven een ACE inhibitor wanneer een keuze moet gemaakt

    Original URL path: http://www.cbip-vet.be/nl/nlinfos/nlfolia/09FVN3a.php (2012-06-12)
    Open archived version from archive



  •